FED 1999/59
HR, 16-12-1998, nr. 34 244
HR 16-12-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2597
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 1998
- Zaaknummer
34 244
- LJN
AA2597
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2597, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑1998
- Wetingang
Fraus legis, art. 29 en 40 (oud); Wet IB 1964
Uitspraak
In geschil is of de inbreng door belanghebbende, X, van zijn aandelen in A BV en vijf andere vennootschappen in L BV (een turbovennootschap) een vervreemding is ex art. 39 (oud) Wet IB 1964 danwel ex art. 40 (oud) Wet IB 1964, en of de schuldig-erkenning ten gevolge van de vermindering van het geplaatste kapitaal van L BV c.q. de uitbetaling van f 1 050 929 aan X een teruggaaf van kapitaal is ex art. 29 Wet IB 1964 danwel een voordeel ex art. 24 Wet IB 1964 vormt.
Hof Amsterdam overweegt:
Het standpunt van de inspecteur dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.