Inhoudsopgave
WFR 2007/1162:Flexibel bv-recht en "verbondenheid" in het belastingrecht: buigen of barsten?
WFR 2007/1162
Flexibel bv-recht en "verbondenheid" in het belastingrecht: buigen of barsten?
Documentgegevens:
Drs. R.N.F. Zuidgeest , datum 01-01-2007
- Datum
01-01-2007
- Auteur
Drs. R.N.F. Zuidgeest 1
- JCDI
JCDI:ADS654425:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Fiscale wetsvoorstellen (V)
- Wetingang
art. 2:228 BW; art. 4.6 Wet IB 2001; art. 8 Wet VPB 1969; art. 10a Wet VPB 1969; art. 10d Wet VPB 1969; art. 13 Wet VPB 1969; art. 15 Wet VPB 1969; art. 7 Wet OB 1968; art. 4 WBR; art. 15 WBR; art. 7a Uitvoeringsregeling SW 1956; art. 40 Invorderingswet 1990, art. 8 Wet VPB 1969, art. 10a Wet VPB 1969, art. 15 Wet VPB 1969, art. 4 WBR, art. 15 WBR, art. 7a Uitvoeringsregeling SW 1956
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel "Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht" zal een wettelijke regeling ontstaan die meer differentiatie mogelijk maakt tussen bv's. Zonder nadere maatregelen zou met gebruikmaking van het flexibele bv-recht onbedoeld toegang kunnen worden verkregen tot bepaalde concernfaciliteiten, zoals de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij interne reorganisaties. Voorts zouden antimisbruikbepalingen, zoals de uitsluiting van verplichtingen tegenover gelieerde partijen voor de investeringsaftrek, hun toepassing missen. In dit artikel wordt daarom door de auteur aanbevolen om ook aandacht te besteden aan de fiscale aspecten van het wetsvoorstel.
1. Inleiding
Op 31 mei 2007 is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.