V-N 1990/934, 21
Invordering Het bodemrecht is niet aan te merken als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking in de zin van art. 30 van het EEG-verdrag en is dus niet in strijd met het EEG-verdrag
HvJ EG 07-03-1990, ECLI:EU:C:1990:97, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
7 maart 1990
- Zaaknummer
C-69/88
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
AB9695
- JCDI
JCDI:ADS893348:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1990:97, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 07‑03‑1990
Essentie
Invordering Het bodemrecht is niet aan te merken als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking in de zin van art. 30 van het EEG-verdrag en is dus niet in strijd met het EEG-verdrag
Samenvatting
Naar aanleiding van door de rechtbank te Maastricht gestelde prejudiciele vragen heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen geoordeeld dat het bodemrecht niet in strijd is met het EEG-verdrag. Het hof besliste dat art. 30 van voornoemd verdrag aldus moet worden uitgelegd, dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling (zoals het bodemrecht) krachtens welke de ontvanger beslag ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.