BNB 2010/1
In cassatie kan niet voor het eerst worden geklaagd over schending van de bepaling inzake bij het horen betrokken personen. De Hoge Raad slaat geen acht op klachten die te zijner kennis zijn gebracht na afloop van de termijn voor het indienen (of motiveren) van een beroepschrift in cassatie (i.c. bij pleidooi)
HR 25-04-2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0434, m.nt. E.B. Pechler
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2008
- Magistraten
Pos; Monné; Amersfoort, van; Maanen, van; Streefkerk
- Zaaknummer
40673
- Noot
E.B. Pechler
- LJN
BD0434
- JCDI
JCDI:ADS889575:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BD0434, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2008
- Wetingang
NOOT *Art. 7:5, eerste lid , Awb; art. 25, vijfde lid, en art. 29 AWR
Essentie
In cassatie kan niet voor het eerst worden geklaagd over schending van de bepaling inzake bij het horen betrokken personen. De Hoge Raad slaat geen acht op klachten die te zijner kennis zijn gebracht na afloop van de termijn voor het indienen (of motiveren) van een beroepschrift in cassatie (i.c. bij pleidooi)
Samenvatting
Vaststaat dat bij het horen van belanghebbende in de bezwaarfase is afgeweken van het bepaalde in art. 7:5, eerste lid, Awb. Het horen is namelijk geschied door twee personen, van wie er één betrokken is geweest bij de aanslagregeling. Daarover wordt in cassatie geklaagd. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.