FED 1995/316
Door een fout van de gewezen ondernemer wordt de oudedagsreserve niet in het inkomen van het jaar van staking van de onderneming (1984) begrepen. Het staat de inspecteur vrij bij het vaststellen van de aanslag over een volgend jaar uit te gaan van de aldus ten onrechte gehandhaafde reserve. Op die wijze kan de reserve alsnog in de belastingheffing (in casu het jaar 1985) worden betrokken.
HR 01-03-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3096, m.nt. G.Th.K. Meussen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 maart 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Jansen, C.H.M.; Putt-Lauwers, van der; Soest, van
- Zaaknummer
29636
- Noot
G.Th.K. Meussen
- LJN
AA3096
- JCDI
JCDI:ADS224687:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:1995:AA3096, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑03‑1995
ECLI:NL:HR:1995:AA3096, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑03‑1995
- Wetingang
Art. 44d, lid 2 en 44f, lid 1, aanhef en letter b, Wet IB 1964
Essentie
Door een fout van de gewezen ondernemer wordt de oudedagsreserve niet in het inkomen van het jaar van staking van de onderneming (1984) begrepen. Het staat de inspecteur vrij bij het vaststellen van de aanslag over een volgend jaar uit te gaan van de aldus ten onrechte gehandhaafde reserve. Op die wijze kan de reserve alsnog in de belastingheffing (in casu het jaar 1985) worden betrokken.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1985.
Vaststaat:
Belanghebbende, geboren in 1924, oefende tot ultimo 1984 zelfstandig het beroep van fysiotherapeut uit. Zij had een oudedagsreserve gevormd als bedoeld in Hoofdstuk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.