FED 1984/3501:Strekking van de BKR. HR: de BKR heeft niet de bevrediging van een behoefte van gemeenten aan kunstwerken tot doel doch het verschaffen van een bepaald inkomen aan beeldende kunstenaars die voldoen aan de in de BKR gestelde eisen; de werkzaamheden van een beeldend kunstenaar, die nagenoeg uitsluitend in het kader van de BKR kunstwerken verkoopt of in opdracht vervaardigt en levert, missen de voor ondernemingen en zelfstandige beroepen kenmerkende risicodragende deelneming aan het economische verkeer en mitsdien kunnen transacties niet reeds uit hoofde van die BKR worden aangemerkt als de zelfstandige uitoefening van een beroep; de werkzaamheden van een beeldend kunstenaar als vorenbedoeld kunnen eerst dan als de zelfstandige uitoefening van een beroep in voormelde zin worden beschouwd indien de kunstenaar in redelijkheid mag verwachten dat hij voor zijn werken na een niet abnormaal lange aanloopperiode in betekenende mate koopkrachtige vraag op de vrije markt zal ontmoeten; volgt verwijzing met de opdracht om te onderzoeken of belangh. in redelijkheid een verwachting als vorenbedoeld mocht koesteren, bij welk onderzoek betekenis kan worden toegekend aan de omstandigheden vermeld in de zesde en zevende rechtsoverweging van het Hof.