FED 1998/642
HR, 26-08-1998, nr. 33696
HR 26-08-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2544
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 augustus 1998
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Bellaart; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Meij; Soest, van
- Zaaknummer
33696
- LJN
AA2544
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:1998:AA2544, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑08‑1998
ECLI:NL:HR:1998:AA2544, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑08‑1998
- Wetingang
Art. 6 Wet IB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X, en haar echtgenoot, die buiten gemeenschap van goederen zijn gehuwd, zijn met ingang van 1 januari 1991 een maatschapovereenkomst aangegaan, waarbij X' echtgenoot onder het voorbehoud van de stille reserves en goodwill zijn tot 1 januari 1991 uitgeoefende onderneming inbracht. Winst wordt genoten en verlies wordt gedragen door X' echtgenoot voor 75% en door X voor 25%. In geschil is of voor de heffing van inkomstenbelasting 1991 X ter zake van haar werkzaamheden in het kader van de tandartspraktijk van haar echtgenoot winst uit onderneming genoot, hetgeen de inspecteur bestrijdt.
Hof 's-Hertogenbosch stelt de inspecteur in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.