1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 8:7
In artikel 8:6 van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter van de rechtbank, behoudens uitzonderingen, de rechter is die in eerste instantie beslist op het beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan in de zin van de Awb.
Artikel 8:7 van de Awb regelt vervolgens de zogenoemde relatieve bevoegdheid van de bestuursrechter. Dat wil zeggen dat het artikel regels geeft voor de vraag bij welke rechtbank – en bij uitzondering bij welk gerechtshof – het beroep kan worden ingesteld.
2. Beroep bij welke rechtbank
Artikel 8:7 van de Awb geeft regels voor de vraag bij welke rechtbank beroep kan worden ingesteld. Daarvoor ken het artikel drie regelingen.
De eerste regel is dat tegen besluiten van een aantal in artikel 8:7, eerste lid, van de Awb met name genoemde bestuursorganen beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank in wiens rechtsgebied dat bestuursorgaan is gevestigd.
Voor een beroep tegen besluiten van andere niet specifiek genoemde bestuursorganen is de woonplaats van de indiener van het beroep beslissend (aant. 2).
In aant. 4 komt de regeling voor beroep in belastingzaken aan de orde. Voor beroepen tegen rijksbelastingen heeft de wetgever speciaal vijf rechtbanken aangewezen.
In sommige gevallen moet het beroep in eerste aanleg niet worden ingesteld bij de rechtbank maar bij het gerechtshof (aant. 5).
De Awb kent een speciale regeling voor het geval meer dan één rechtbank bevoegd is (aant. 7).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, art. 8:7 Awb, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 01-01-2025
01-01-2025, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2025/1 en V-N 2025/1.33.
01-01-1994 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, art. 8:7 Awb, aant. 1.1
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Bestuursprocesrecht / Beroep
competentie belastingrechter
Algemene wet bestuursrecht artikel 8:7
Beschouwing
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 8:7
In artikel 8:6 van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter van de rechtbank, behoudens uitzonderingen, de rechter is die in eerste instantie beslist op het beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan in de zin van de Awb.
Artikel 8:7 van de Awb regelt vervolgens de zogenoemde relatieve bevoegdheid van de bestuursrechter. Dat wil zeggen dat het artikel regels geeft voor de vraag bij welke rechtbank – en bij uitzondering bij welk gerechtshof – het beroep kan worden ingesteld.
2. Beroep bij welke rechtbank
Artikel 8:7 van de Awb geeft regels voor de vraag bij welke rechtbank beroep kan worden ingesteld. Daarvoor ken het artikel drie regelingen.
De eerste regel is dat tegen besluiten van een aantal in artikel 8:7, eerste lid, van de Awb met name genoemde bestuursorganen beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank in wiens rechtsgebied dat bestuursorgaan is gevestigd.
Voor een beroep tegen besluiten van andere niet specifiek genoemde bestuursorganen is de woonplaats van de indiener van het beroep beslissend (aant. 2).
In aant. 4 komt de regeling voor beroep in belastingzaken aan de orde. Voor beroepen tegen rijksbelastingen heeft de wetgever speciaal vijf rechtbanken aangewezen.
In sommige gevallen moet het beroep in eerste aanleg niet worden ingesteld bij de rechtbank maar bij het gerechtshof (aant. 5).
De Awb kent een speciale regeling voor het geval meer dan één rechtbank bevoegd is (aant. 7).