FED 2002/31
Nadere invulling van BTW-positie houdstervennootschappen
HvJ EG 27-09-2001, ECLI:EU:C:2001:495, m.nt. J.J.P. Swinkels
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
27 september 2001
- Magistraten
Wathelet; Jann; Sevon
- Zaaknummer
C-16/00
- Noot
J.J.P. Swinkels
- LJN
AV5984
- JCDI
JCDI:ADS234099:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2001:495, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 27‑09‑2001
ECLI:EU:C:2001:131, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 06‑03‑2001
- Wetingang
Essentie
Nadere invulling van BTW-positie houdstervennootschappen
Uitspraak
3 Artikel 2, lid 1, van de Zesde richtlijn onderwerpt leveringen van goederen en diensten die in het binnenland door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan BTW. Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van genoemde richtlijn, wordt ieder die zelfstandig een van de in lid 2 omschreven economische activiteiten verricht, als belastingplichtige beschouwd. Op grond van artikel 4, lid 2, van de Zesde richtlijn omvatten economische activiteiten alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, met inbegrip van de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.