Het bestuur van een besloten vennootschap besluit om Natuurmonumenten in 2024, € 20.000 te geven. De vraag komt op of deze gift van € 20.000 in 2024 aftrekbaar is en zo ja, voor welk bedrag. In art. 16 Wet VPB 1969 is geregeld onder welke voorwaarden deze gift van de fiscale winst aftrekbaar is. De voorvraag is of dat de gift al als bedrijfslast aftrekbaar is of dat getoetst moet worden of Natuurmonumenten als instelling in de zin van art. 5b AWR kwalificeert.
In art. 16 Wet VPB 1969 is een bepaling opgenomen die regelt dat giften die niet in de sfeer van de bedrijfskosten liggen in aftrek kunnen worden gebracht (aant. 1.4). Zij zijn dus niet al als bedrijfskosten ten laste van de winst gebracht. Deze bepaling was ook in het Besluit op de Vennootschapsbelasting 1942 opgenomen.
2. Wat is de relatie met de inkomstenbelasting?
Met art. 16 wordt (mede) bewerkstelligd dat de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting uniform is met de giftenaftrek in de inkomstenbelasting (aant. 1.20).
3. Wat is de systematiek van de regeling?
In de systematiek van de berekening van het belastbare bedrag vormen de giften geen onderdeel van de fiscale winstberekening, maar worden in aanmerking genomen bij de herleiding van de fiscale winst naar de belastbare winst.
4. Wat is het onderscheid tussen bedrijfskosten en giften?
Niet als giften, doch als bedrijfskosten, worden giften aangemerkt die een zakelijk karakter dragen. Dit betekent dat zij een direct bedrijfsbelang van de onderneming beogen (aant. 1.6.1). \
5. Kan een gift een uitdeling van winst zijn?
Onder omstandigheden kan hetgeen als gift wordt gepresenteerd een uitdeling van winst zijn (aant. 1.6.2). Niet alleen giften in geld, maar ook schenkingen in natura komen voor aftrek in aanmerking (aant. 2.1). Volgens art. 16, lid 2 Wet VPB 1969 komen als giften alleen in aanmerking bevoordelingen uit vrijgevigheid en niet-verplichte bijdragen, voorzover hieraan geen op geld waardeerbare aanspraak wordt ontleend (aant. 2.3).
6. Algemeen nut beogende instellingen en steunstichtingen SBBI
Voor aftrek op de winst komen ingevolge art. 16, lid 1 Wet VPB 1969 – tot 2008 – alleen in aanmerking giften aan in Nederland gevestigde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke en het algemeen nut beogende instellingen (aant. 3). Het onderscheid tussen binnen en buiten Nederland gevestigde algemeen nut beogende instellingen is met ingang van 2008 vervallen. Tevens komen giften aan steunstichtingen SBBI voor aftrek in aanmerking.
7. In het buitenland gevestigde instellingen
In het per 2008 vervallen art. 16, lid 3 Wet VPB 1969 is de mogelijkheid opgenomen dat de minister in het buitenland gevestigde instellingen aanwijst, zodat ook giften aan die instellingen voor aftrek in aanmerking komen (aant. 5). Politieke partijen en politiek-wetenschappelijke instellingen vallen onder de omschrijving.
8. Schriftelijke bewijsstukken
Voor de aftrekbaarheid van giften geldt als eis dat deze met schriftelijke bewijsstukken kunnen worden aangetoond (aant. 6).
9. Geen contant geld
Met ingang van 1 januari 2021 geldt dat onder een gift niet verstaan wordt, een bevoordeling of bijdrage in contant geld.
10. Alleen giftenaftrek indien sprake algemeen nut beogende instelling of steunstichting SBBI
Om in aanmerking te komen voor de giftenaftrek moet de instelling vanaf 2008 door de inspecteur zijn aangemerkt als algemeen nut beogende instelling (aant. 7). Dit geldt voor onder meer de Wet IB 2001, de Wet VPB 1969 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956. De steunstichting SBBI voldoet ook..
11. Systematiek van de giftenaftrek
De op grond van art. 16 Wet VPB 1969 in aanmerking te nemen giften komen in aftrek op de winst (voor 2012 voorzover deze giften tezamen € 227 te boven gaan). Dit geldt tot ten hoogste een bedrag van 50% van de winst met een maximum van € 100.000 (voor 2012 10%).
12. Giften aan culturele instellingen
Giften aan culturele instellingen mogen met 50% – de zogenoemde ‘multiplier’ – worden verhoogd met een maximum van € 2 500. Aftrek zal in de regel plaatsvinden in het jaar waarin de betaling is gedaan (aant. 8).
13. Definitie algemeen nut beogende instelling, steunstichting SBBI en waar opgenomen
In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (art. 2, lid 3 onderdeel m jo. art. 5b AWR) is de regeling opgenomen waaraan een algemeen nut beogende instelling (anbi) moet voldoen. Voor 2012 was dit in de giftenaftrek in de Wet IB 2001 geregeld. Verder is in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (art. 2, lid 3 onderdeel p jo. art. 5d AWR) de regeling opgenomen waaraan een steunstichting SBBI (sociaal belang behartigende instelling) moet voldoen.
14. Geldt er een integriteitstoets?
Sinds 2010 geldt een integriteitstoets voor algemeen nut beogende instellingen (aant. 9).
15. Giften in natura
Giften in natura waarvan de waarde in het economische verkeer in totaal meer bedraagt dan € 10.000 per kalenderjaar, kunnen in aftrek gebracht worden. Ze worden dan in aanmerking genomen voor zover die waarde voldoende aangetoond wordt. De waarde moet dan volgen uit een onafhankelijk taxatierapport of een factuur die aan bij ministeriële regeling te stellen regels voldoet. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder giften in natura mede begrepen een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een of meer vermogensbestanddelen in natura.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 16 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 02-02-2026
02-02-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/21 en V-N 2026/3.26
30-10-1969 tot: -
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 16 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
aftrekbare giften
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 16
Beschouwing
Inleiding
Het bestuur van een besloten vennootschap besluit om Natuurmonumenten in 2024, € 20.000 te geven. De vraag komt op of deze gift van € 20.000 in 2024 aftrekbaar is en zo ja, voor welk bedrag. In art. 16 Wet VPB 1969 is geregeld onder welke voorwaarden deze gift van de fiscale winst aftrekbaar is. De voorvraag is of dat de gift al als bedrijfslast aftrekbaar is of dat getoetst moet worden of Natuurmonumenten als instelling in de zin van art. 5b AWR kwalificeert.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. Geschiedenis en achtergrond van art. 16
In art. 16 Wet VPB 1969 is een bepaling opgenomen die regelt dat giften die niet in de sfeer van de bedrijfskosten liggen in aftrek kunnen worden gebracht (aant. 1.4). Zij zijn dus niet al als bedrijfskosten ten laste van de winst gebracht. Deze bepaling was ook in het Besluit op de Vennootschapsbelasting 1942 opgenomen.
2. Wat is de relatie met de inkomstenbelasting?
Met art. 16 wordt (mede) bewerkstelligd dat de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting uniform is met de giftenaftrek in de inkomstenbelasting (aant. 1.20).
3. Wat is de systematiek van de regeling?
In de systematiek van de berekening van het belastbare bedrag vormen de giften geen onderdeel van de fiscale winstberekening, maar worden in aanmerking genomen bij de herleiding van de fiscale winst naar de belastbare winst.
4. Wat is het onderscheid tussen bedrijfskosten en giften?
Niet als giften, doch als bedrijfskosten, worden giften aangemerkt die een zakelijk karakter dragen. Dit betekent dat zij een direct bedrijfsbelang van de onderneming beogen (aant. 1.6.1). \
5. Kan een gift een uitdeling van winst zijn?
Onder omstandigheden kan hetgeen als gift wordt gepresenteerd een uitdeling van winst zijn (aant. 1.6.2). Niet alleen giften in geld, maar ook schenkingen in natura komen voor aftrek in aanmerking (aant. 2.1). Volgens art. 16, lid 2 Wet VPB 1969 komen als giften alleen in aanmerking bevoordelingen uit vrijgevigheid en niet-verplichte bijdragen, voorzover hieraan geen op geld waardeerbare aanspraak wordt ontleend (aant. 2.3).
6. Algemeen nut beogende instellingen en steunstichtingen SBBI
Voor aftrek op de winst komen ingevolge art. 16, lid 1 Wet VPB 1969 – tot 2008 – alleen in aanmerking giften aan in Nederland gevestigde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke en het algemeen nut beogende instellingen (aant. 3). Het onderscheid tussen binnen en buiten Nederland gevestigde algemeen nut beogende instellingen is met ingang van 2008 vervallen. Tevens komen giften aan steunstichtingen SBBI voor aftrek in aanmerking.
7. In het buitenland gevestigde instellingen
In het per 2008 vervallen art. 16, lid 3 Wet VPB 1969 is de mogelijkheid opgenomen dat de minister in het buitenland gevestigde instellingen aanwijst, zodat ook giften aan die instellingen voor aftrek in aanmerking komen (aant. 5). Politieke partijen en politiek-wetenschappelijke instellingen vallen onder de omschrijving.
8. Schriftelijke bewijsstukken
Voor de aftrekbaarheid van giften geldt als eis dat deze met schriftelijke bewijsstukken kunnen worden aangetoond (aant. 6).
9. Geen contant geld
Met ingang van 1 januari 2021 geldt dat onder een gift niet verstaan wordt, een bevoordeling of bijdrage in contant geld.
10. Alleen giftenaftrek indien sprake algemeen nut beogende instelling of steunstichting SBBI
Om in aanmerking te komen voor de giftenaftrek moet de instelling vanaf 2008 door de inspecteur zijn aangemerkt als algemeen nut beogende instelling (aant. 7). Dit geldt voor onder meer de Wet IB 2001, de Wet VPB 1969 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956. De steunstichting SBBI voldoet ook..
11. Systematiek van de giftenaftrek
De op grond van art. 16 Wet VPB 1969 in aanmerking te nemen giften komen in aftrek op de winst (voor 2012 voorzover deze giften tezamen € 227 te boven gaan). Dit geldt tot ten hoogste een bedrag van 50% van de winst met een maximum van € 100.000 (voor 2012 10%).
12. Giften aan culturele instellingen
Giften aan culturele instellingen mogen met 50% – de zogenoemde ‘multiplier’ – worden verhoogd met een maximum van € 2 500. Aftrek zal in de regel plaatsvinden in het jaar waarin de betaling is gedaan (aant. 8).
13. Definitie algemeen nut beogende instelling, steunstichting SBBI en waar opgenomen
In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (art. 2, lid 3 onderdeel m jo. art. 5b AWR) is de regeling opgenomen waaraan een algemeen nut beogende instelling (anbi) moet voldoen. Voor 2012 was dit in de giftenaftrek in de Wet IB 2001 geregeld. Verder is in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (art. 2, lid 3 onderdeel p jo. art. 5d AWR) de regeling opgenomen waaraan een steunstichting SBBI (sociaal belang behartigende instelling) moet voldoen.
14. Geldt er een integriteitstoets?
Sinds 2010 geldt een integriteitstoets voor algemeen nut beogende instellingen (aant. 9).
15. Giften in natura
Giften in natura waarvan de waarde in het economische verkeer in totaal meer bedraagt dan € 10.000 per kalenderjaar, kunnen in aftrek gebracht worden. Ze worden dan in aanmerking genomen voor zover die waarde voldoende aangetoond wordt. De waarde moet dan volgen uit een onafhankelijk taxatierapport of een factuur die aan bij ministeriële regeling te stellen regels voldoet. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder giften in natura mede begrepen een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een of meer vermogensbestanddelen in natura.