Post a.7 van de bij de Wet OB 1968 behorende Tabel II valt uiteen in twee onderdelen: a en b. Post a.7, onderdeel a, betreft accijnsgoederen die worden gebracht naar of zich bevinden in een accijnsgoederenplaats als bedoeld in de Wet op de accijns, voor zover die goederen voor de heffing van accijns niet zijn ingevoerd of uitgeslagen. Ter zake geldt een aantal voorwaarden. In de bijzondere bepaling bij de tabelpost is bepaald dat onder bepaalde voorwaarden, op verzoek, een accijnsgoederenplaats kan worden aangewezen voor een bijzondere regeling. Alsdan gelden bepaalde voorwaarden voor toepassing van het nultarief niet, die normaal gesproken wel gelden. Onderdeel b betreft bepaalde minerale oliën die zijn gebracht buiten een accijnsgoederenplaats en die niet naar een andere accijnsgoederenplaats worden gebracht. Deze goederen mogen niet zijn uitgeslagen in de zin van de accijnswetgeving (post a.7, onderdeel b, onder 1°). Vereist is voorts dat voor het vervoer van deze goederen een accijnsgeleidedocument is afgegeven (post a.7, onderdeel b, onder 2°) en dat de goederen niet worden vervoerd naar een andere lidstaat, worden uitgevoerd of worden opgeslagen in een douane-entrepot (post a.7, onderdeel b, onder 3°).
Beleid
Geldend beleid. Voorschrift Tabel II, vanaf 1 april 2024
'2. Algemeen en juridisch kader
Post a.7 voorziet in een nultarief voor:
de levering van accijnsgoederen die worden gebracht naar of zich bevinden in een AGP, voor zover die accijnsgoederen voor de heffing van accijns niet tot verbruik zijn uitgeslagen (post a.7, onderdeel a, in samenhang met artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet);
– bepaalde minerale oliën die buiten een AGP zijn gebracht (post a.7, onderdeel b, in samenhang met artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet).
Een AGP is: iedere plaats in Nederland waar op grond van de bepalingen van de WA accijnsgoederen onder schorsing van accijns mogen worden geproduceerd, mogen worden verwerkt, voorhanden mogen zijn, mogen worden opgeslagen, mogen worden ontvangen en mogen worden verzonden (artikel 1a, eerste lid, van de WA).
Post a.7 geldt alleen voor zover de in de post bedoelde leveringen plaatsvinden in Nederland (de AGP moet zich in Nederland bevinden). In onderdeel 6 wordt nader ingegaan op de btw-heffing bij grensoverschrijdende leveringen van accijnsgoederen.
Post a.7 is nader uitgewerkt in artikel 12, eerste en tweede lid, onderdeel b, van het uitvoeringsbesluit en in artikel 36a, eerste en derde lid, en artikel 36ca van de uitvoeringsbeschikking. In de genoemde artikelen is aangegeven welke formele voorwaarden gelden voor toepassing van het nultarief op de in post a.7 bedoelde leveringen en toepassing van de bijzondere bepaling bij post a.7. Post a.7 is gebaseerd op diverse artikelen van de btw-richtlijn. Het gaat om:
– artikel 154 en artikel 157, lid 1, onderdeel b (voor de levering van accijnsgoederen die naar een belastingentrepot gaan als bedoeld in richtlijn (EU) 2020/262, de zogenoemde Horizontale accijnsrichtlijn);
– de artikelen 155, 156 en artikel 160, lid 1, onderdeel a (voor de levering van goederen die zich bevinden in een belastingentrepot en waarbij de levering niet betrekking heeft op eindgebruik en/of eindverbruik); en
– artikel 202 (bij onttrekking van de goederen aan het entrepotstelsel vindt heffing plaats bij degene die heeft onttrokken).'
Vakstudie Omzetbelasting, bijl. Wet OB 1968, aant. 1.1 (post a.7)
Aant. 1.1 (post a.7) Inleiding
Actueel t/m 05-05-2026
05-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m V-N 2026/19 en BNB 2026/70
01-01-1969 tot: -
Vakstudie Omzetbelasting, bijl. Wet OB 1968, aant. 1.1 (post a.7)
Omzetbelasting / Tarief
nultarief
Wet op de omzetbelasting 1968 bijlage II
Beschouwing
Post a.7 van de bij de Wet OB 1968 behorende Tabel II valt uiteen in twee onderdelen: a en b. Post a.7, onderdeel a, betreft accijnsgoederen die worden gebracht naar of zich bevinden in een accijnsgoederenplaats als bedoeld in de Wet op de accijns, voor zover die goederen voor de heffing van accijns niet zijn ingevoerd of uitgeslagen. Ter zake geldt een aantal voorwaarden. In de bijzondere bepaling bij de tabelpost is bepaald dat onder bepaalde voorwaarden, op verzoek, een accijnsgoederenplaats kan worden aangewezen voor een bijzondere regeling. Alsdan gelden bepaalde voorwaarden voor toepassing van het nultarief niet, die normaal gesproken wel gelden. Onderdeel b betreft bepaalde minerale oliën die zijn gebracht buiten een accijnsgoederenplaats en die niet naar een andere accijnsgoederenplaats worden gebracht. Deze goederen mogen niet zijn uitgeslagen in de zin van de accijnswetgeving (post a.7, onderdeel b, onder 1°). Vereist is voorts dat voor het vervoer van deze goederen een accijnsgeleidedocument is afgegeven (post a.7, onderdeel b, onder 2°) en dat de goederen niet worden vervoerd naar een andere lidstaat, worden uitgevoerd of worden opgeslagen in een douane-entrepot (post a.7, onderdeel b, onder 3°).
Geldend beleid. Voorschrift Tabel II, vanaf 1 april 2024
'2. Algemeen en juridisch kader
Post a.7 voorziet in een nultarief voor:
de levering van accijnsgoederen die worden gebracht naar of zich bevinden in een AGP, voor zover die accijnsgoederen voor de heffing van accijns niet tot verbruik zijn uitgeslagen (post a.7, onderdeel a, in samenhang met artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet);
– bepaalde minerale oliën die buiten een AGP zijn gebracht (post a.7, onderdeel b, in samenhang met artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet).
Een AGP is: iedere plaats in Nederland waar op grond van de bepalingen van de WA accijnsgoederen onder schorsing van accijns mogen worden geproduceerd, mogen worden verwerkt, voorhanden mogen zijn, mogen worden opgeslagen, mogen worden ontvangen en mogen worden verzonden (artikel 1a, eerste lid, van de WA).
Post a.7 geldt alleen voor zover de in de post bedoelde leveringen plaatsvinden in Nederland (de AGP moet zich in Nederland bevinden). In onderdeel 6 wordt nader ingegaan op de btw-heffing bij grensoverschrijdende leveringen van accijnsgoederen.
Post a.7 is nader uitgewerkt in artikel 12, eerste en tweede lid, onderdeel b, van het uitvoeringsbesluit en in artikel 36a, eerste en derde lid, en artikel 36ca van de uitvoeringsbeschikking. In de genoemde artikelen is aangegeven welke formele voorwaarden gelden voor toepassing van het nultarief op de in post a.7 bedoelde leveringen en toepassing van de bijzondere bepaling bij post a.7. Post a.7 is gebaseerd op diverse artikelen van de btw-richtlijn. Het gaat om:
– artikel 154 en artikel 157, lid 1, onderdeel b (voor de levering van accijnsgoederen die naar een belastingentrepot gaan als bedoeld in richtlijn (EU) 2020/262, de zogenoemde Horizontale accijnsrichtlijn);
– de artikelen 155, 156 en artikel 160, lid 1, onderdeel a (voor de levering van goederen die zich bevinden in een belastingentrepot en waarbij de levering niet betrekking heeft op eindgebruik en/of eindverbruik); en
– artikel 202 (bij onttrekking van de goederen aan het entrepotstelsel vindt heffing plaats bij degene die heeft onttrokken).'
Besluit van 20 december 2023, nr. 2023-22510, Stcrt. 2023, 27807, V-N 2024/11.3.
Mr. drs. A.E. Spiessens, 'Heffing aan de grens', SDU Uitgevers (1e druk), pag. 250 e.v.