FED 1994/547
Bij speelautomaten waarmee geld kan worden gewonnen, behoort niet tot de maatstaf van heffing het bedrag aan prijzen, dat op grond van wettelijke bepalingen inzake de exploitatie van de speelautomaten aan de spelers dient te worden uitgekeerd. In zoverre is geen sprake van een tegenprestatie voor de terbeschikkingstelling van de speelautomaten aan de spelers en ook niet voor een andere aan de spelers verleende dienst.
HvJ EG 05-05-1994, ECLI:EU:C:1994:188, m.nt. D.B. Bijl
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
5 mei 1994
- Magistraten
Mancini; Diez de Velasco; Kakouris; Schockweiler; Kapteyn; Jacobs
- Zaaknummer
C-38/93
- Noot
D.B. Bijl
- LJN
AW3023
- JCDI
JCDI:ADS213644:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1994:188, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 05‑05‑1994
ECLI:EU:C:1994:81, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 03‑03‑1994
- Wetingang
art. 11 onder A Zesde BTW-Richtlijn
Essentie
Bij speelautomaten waarmee geld kan worden gewonnen, behoort niet tot de maatstaf van heffing het bedrag aan prijzen, dat op grond van wettelijke bepalingen inzake de exploitatie van de speelautomaten aan de spelers dient te worden uitgekeerd. In zoverre is geen sprake van een tegenprestatie voor de terbeschikkingstelling van de speelautomaten aan de spelers en ook niet voor een andere aan de spelers verleende dienst.
Uitspraak
Arrest
'1. Bij beschikking van 22 december 1992, ingekomen bij het Hof op 8 februari 1993, heeft het Finanzgericht Hamburg krachtens art. 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.