De inspecteur heft overdrachtsbelasting bij verkrijging van binnen Nederland gelegen onroerende zaken of bepaalde rechten daarop. Artikel 42 van de Invorderingswet 1990 regelt wie aansprakelijk is als de verkrijger de overdrachtsbelasting niet betaalt. De ontvanger kan dan de notaris die de akte heeft opgemaakt aansprakelijk stellen. Daarnaast kan de ontvanger degene die de economische eigendom van een (bestanddeel van een) onroerende zaak of van bepaalde rechten met betrekking tot een onroerende zaak, overdraagt, aansprakelijk stellen.
Wat vindt u in deze Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 42 Invorderingswet 1990
Aant. 1.2 gaat in op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 42. Aan orde komen een historisch overzicht (aant. 1.2.1) en een chronologisch overzicht (aant. 1.2.2). Aant. 1.3 geeft een overzicht van de verschenen literatuur over artikel 42. Doel en strekking van de bepaling komen aan bod in aant. 1.4.
2. De context van artikel 42 Invorderingswet 1990.
Artikel 42 houdt verband met een aantal andere rechtsregels (aant. 1.6).
3. Beginselen van behoorlijk bestuur
De ontvanger moet bij een aansprakelijkstelling de beginselen van behoorlijk bestuur inachtnemen (aant. 1.11).
4. Begripsomschrijving
Aant. 1.17 verwijst naar een wettelijke bepaling die voor de heffing van overdrachtsbelasting een definitie geeft van het begrip ‘economische eigendom’.
5. Algemene aspecten van de aansprakelijkheid
In aant. 2.1 komen algemene aspecten van de aansprakelijkheid voor de verschuldigde overdrachtsbelasting aan de orde. Verder komt in aant. 2.2 de aansprakelijkheid voor invorderingsrente, bestuurlijke boete, kosten, belastingrente en heffingsrente aan bod. Vervolgens passeert in aant. 2.3 het regime omtrent de aansprakelijkstelling, motivering en betwisting van de aansprakelijkstelling de revue. Tot slot behandelt aant. 2.4 het regime omtrent de betwisting van de hoogte van de belastingaanslag.
6. Wie kan aansprakelijk zijn?
De notaris is aansprakelijk voor de overdrachtsbelasting die de verkrijger op grond van de notariële akte moet betalen (aant. 3). Bij economische eigendomsoverdracht van onroerende zaken is degene die de economische eigendom overdraagt aansprakelijk voor de overdrachtsbelasting die de verkrijger moet betalen (aant. 4).
7. Overgangsrecht
Aant. 5.1 gaat in op het overgangsrecht wat betreft aansprakelijkstellingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 juni 1990. Verder komt in aant. 5.2 het overgangsrecht voor de notaris bij economische eigendomsoverdracht van onroerende zaken aan bod. Tot slot passeert in aant. 5.3 het overgangsrecht voor de overdrager bij economische eigendomsoverdracht van onroerende zaken de revue.
8. Beleidsregels
De Leidraad Invordering 2008 (besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M, Stcrt. 2008, 122) is in de plaats getreden van de Leidraad Invordering 1990 (resolutie van 25 juni 1990, nr. AFZ90/1990). De Leidraad Invordering 2008 bevat alleen nog beleidsregels. Teksten die terug te vinden zijn in wet en regelgeving en in werkinstructies, zoals het Handboek Invordering en de Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders, zijn niet meer opgenomen. De Leidraad Invordering 2008 bepaalt dat de ontvanger bij een aansprakelijkstelling de beginselen van behoorlijk bestuur inacht moet nemen. Verder gaat de Leidraad Invordering 2008 in op de reikwijdte van de aansprakelijkheid voor de overdrachtsbelasting. Zie onder beleid.
Parlementaire behandeling
'Dit artikel is een redactioneel aangepaste, maar inhoudelijk ongewijzigde versie van artikel 18, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (tekst 1987). Het artikel bepaalt dat in gevallen waarin op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer is bepaald dat verschuldigde overdrachtsbelasting — geheven ter zake van de verkrijging van binnen het Rijk gelegen onroerende goederen of van zakelijke rechten daarop — moet worden voldaan ter gelegenheid van de aanbieding ter registratie van de akte die door de notaris ter zake is opgemaakt, die notaris daarvoor hoofdelijk aansprakelijk is. De strekking van de bepaling is de notaris ervoor zorg te laten dragen dat de overdrachtsbelasting daadwerkelijk wordt voldaan bij de registratie van de akte; op die manier blijkt de doelstelling van de bepaling van artikel 18, eerste lid, van de Wet belastingen van rechtsverkeer — te weten het heffen van overdrachtsbelasting zonder dat een aangifte behoeft te worden gedaan — ook daadwerkelijk geëffectueerd te kunnen worden.'
'Artikel 43 (Bew.: lees 42) is niet gericht op het voorkomen van onrechtmatige transacties, maar sluit aan op artikel 18, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Laatstgenoemd artikel beoogt, indien een transportakte voor een notaris is verleden, de overdrachtsbelasting te heffen ter gelegenheid van de aanbieding van die akte ter registratie. Deze regeling heeft als praktisch voordeel dat naast de aanbieding van de akte ter registratie door de notaris geen afzonderlijke aangifte door de verkrijger behoeft te worden gedaan. Zoals reeds is vermeld in de memorie van toelichting is de strekking van de hoofdelijke aansprakelijkheid de notaris ervoor zorg te laten dragen dat de overdrachtsbelasting daadwerkelijk wordt voldaan bij de registratie van de akte. Daarbij geldt dat de notaris slechts hoofdelijk aansprakelijk is voor de belasting welke ingevolge de inhoud van de akte wegens de verkrijging is verschuldigd. In de praktijk is het usance dat de notaris vóór het passeren van de akte een depotstorting verlangt, waaruit hij het ter gelegenheid van de registratie van de akte verschuldigde bedrag aan overdrachtsbelasting voldoet.'
'In het derde lid (Bew.: van artikel V van de Wet tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968, de Wet op belastingen van rechtsverkeer en enkele andere belastingwetten in verband met de bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken) is een overgangsregeling neergelegd met betrekking tot de toepassing van de Invorderingswet 1990 voor zover het gaat om de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris in gevallen van overdracht van de economische eigendom. Voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris wordt geen terugwerkende kracht voorgesteld. De notaris is geen contractpartij, wat voor mij een reden is voor hem de hoofdelijke aansprakelijkheid, anders dan bij de vervreemder, niet te laten terugwerken.'
'De ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken. De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden.'
Hfdst. I, artikel 3, par. 1.2, Leidraad Invordering 1990.
'De hoofdelijke aansprakelijkheid omvat de belasting tot het bedrag dat op grond van de inhoud van de akte is verschuldigd, inclusief de aan de voet van de akte gestelde verklaring. In het geval dat lasten of andere bestanddelen van de tegenprestatie in de akte worden genoemd maar deze niet in geld zijn gewaardeerd, is de notaris ook voor de daarover verschuldigde belasting aansprakelijk. De aansprakelijkheid strekt zich niet uit tot de belasting die wordt nageheven op grond van bijvoorbeeld:
—
in de akte te laag aangegeven prijzen;
—
het feit dat de waarde hoger is dan de in de akte vermelde koopsom.
Bij het eindigen van het ambt van notaris, kan de ex-notaris nog aansprakelijk worden gesteld voor de overdrachtsbelasting waarvoor hij ten tijde van zijn ambtsperiode hoofdelijk aansprakelijk was.'
Artikel 42.1, Aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting, Reikwijdte aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting, Leidraad Invordering 2008.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Invorderingswet, art. 42 Invorderingswet 1990, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 19-05-2026
19-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m V-N 2026/22 en BNB 2026/70.
01-06-1990 tot: -
Vakstudie Invorderingswet, art. 42 Invorderingswet 1990, aant. 1.1
Invordering / Aansprakelijkheid
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
overdrachtsbelasting
aansprakelijkheid
Invorderingswet 1990 artikel 42
Beschouwing
De inspecteur heft overdrachtsbelasting bij verkrijging van binnen Nederland gelegen onroerende zaken of bepaalde rechten daarop. Artikel 42 van de Invorderingswet 1990 regelt wie aansprakelijk is als de verkrijger de overdrachtsbelasting niet betaalt. De ontvanger kan dan de notaris die de akte heeft opgemaakt aansprakelijk stellen. Daarnaast kan de ontvanger degene die de economische eigendom van een (bestanddeel van een) onroerende zaak of van bepaalde rechten met betrekking tot een onroerende zaak, overdraagt, aansprakelijk stellen.
Wat vindt u in deze Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 42 Invorderingswet 1990
Aant. 1.2 gaat in op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 42. Aan orde komen een historisch overzicht (aant. 1.2.1) en een chronologisch overzicht (aant. 1.2.2). Aant. 1.3 geeft een overzicht van de verschenen literatuur over artikel 42. Doel en strekking van de bepaling komen aan bod in aant. 1.4.
2. De context van artikel 42 Invorderingswet 1990.
Artikel 42 houdt verband met een aantal andere rechtsregels (aant. 1.6).
3. Beginselen van behoorlijk bestuur
De ontvanger moet bij een aansprakelijkstelling de beginselen van behoorlijk bestuur inachtnemen (aant. 1.11).
4. Begripsomschrijving
Aant. 1.17 verwijst naar een wettelijke bepaling die voor de heffing van overdrachtsbelasting een definitie geeft van het begrip ‘economische eigendom’.
5. Algemene aspecten van de aansprakelijkheid
In aant. 2.1 komen algemene aspecten van de aansprakelijkheid voor de verschuldigde overdrachtsbelasting aan de orde. Verder komt in aant. 2.2 de aansprakelijkheid voor invorderingsrente, bestuurlijke boete, kosten, belastingrente en heffingsrente aan bod. Vervolgens passeert in aant. 2.3 het regime omtrent de aansprakelijkstelling, motivering en betwisting van de aansprakelijkstelling de revue. Tot slot behandelt aant. 2.4 het regime omtrent de betwisting van de hoogte van de belastingaanslag.
6. Wie kan aansprakelijk zijn?
De notaris is aansprakelijk voor de overdrachtsbelasting die de verkrijger op grond van de notariële akte moet betalen (aant. 3). Bij economische eigendomsoverdracht van onroerende zaken is degene die de economische eigendom overdraagt aansprakelijk voor de overdrachtsbelasting die de verkrijger moet betalen (aant. 4).
7. Overgangsrecht
Aant. 5.1 gaat in op het overgangsrecht wat betreft aansprakelijkstellingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 juni 1990. Verder komt in aant. 5.2 het overgangsrecht voor de notaris bij economische eigendomsoverdracht van onroerende zaken aan bod. Tot slot passeert in aant. 5.3 het overgangsrecht voor de overdrager bij economische eigendomsoverdracht van onroerende zaken de revue.
8. Beleidsregels
De Leidraad Invordering 2008 (besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M, Stcrt. 2008, 122) is in de plaats getreden van de Leidraad Invordering 1990 (resolutie van 25 juni 1990, nr. AFZ90/1990). De Leidraad Invordering 2008 bevat alleen nog beleidsregels. Teksten die terug te vinden zijn in wet en regelgeving en in werkinstructies, zoals het Handboek Invordering en de Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders, zijn niet meer opgenomen. De Leidraad Invordering 2008 bepaalt dat de ontvanger bij een aansprakelijkstelling de beginselen van behoorlijk bestuur inacht moet nemen. Verder gaat de Leidraad Invordering 2008 in op de reikwijdte van de aansprakelijkheid voor de overdrachtsbelasting. Zie onder beleid.
'Dit artikel is een redactioneel aangepaste, maar inhoudelijk ongewijzigde versie van artikel 18, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (tekst 1987). Het artikel bepaalt dat in gevallen waarin op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer is bepaald dat verschuldigde overdrachtsbelasting — geheven ter zake van de verkrijging van binnen het Rijk gelegen onroerende goederen of van zakelijke rechten daarop — moet worden voldaan ter gelegenheid van de aanbieding ter registratie van de akte die door de notaris ter zake is opgemaakt, die notaris daarvoor hoofdelijk aansprakelijk is. De strekking van de bepaling is de notaris ervoor zorg te laten dragen dat de overdrachtsbelasting daadwerkelijk wordt voldaan bij de registratie van de akte; op die manier blijkt de doelstelling van de bepaling van artikel 18, eerste lid, van de Wet belastingen van rechtsverkeer — te weten het heffen van overdrachtsbelasting zonder dat een aangifte behoeft te worden gedaan — ook daadwerkelijk geëffectueerd te kunnen worden.'
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 588, nr. 3, p. 108.
'Artikel 43 (Bew.: lees 42) is niet gericht op het voorkomen van onrechtmatige transacties, maar sluit aan op artikel 18, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Laatstgenoemd artikel beoogt, indien een transportakte voor een notaris is verleden, de overdrachtsbelasting te heffen ter gelegenheid van de aanbieding van die akte ter registratie. Deze regeling heeft als praktisch voordeel dat naast de aanbieding van de akte ter registratie door de notaris geen afzonderlijke aangifte door de verkrijger behoeft te worden gedaan. Zoals reeds is vermeld in de memorie van toelichting is de strekking van de hoofdelijke aansprakelijkheid de notaris ervoor zorg te laten dragen dat de overdrachtsbelasting daadwerkelijk wordt voldaan bij de registratie van de akte. Daarbij geldt dat de notaris slechts hoofdelijk aansprakelijk is voor de belasting welke ingevolge de inhoud van de akte wegens de verkrijging is verschuldigd. In de praktijk is het usance dat de notaris vóór het passeren van de akte een depotstorting verlangt, waaruit hij het ter gelegenheid van de registratie van de akte verschuldigde bedrag aan overdrachtsbelasting voldoet.'
MvA, Kamerstukken II 1988/89, 20 588, nr. 6, p. 65 en 66.
'In het derde lid (Bew.: van artikel V van de Wet tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968, de Wet op belastingen van rechtsverkeer en enkele andere belastingwetten in verband met de bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken) is een overgangsregeling neergelegd met betrekking tot de toepassing van de Invorderingswet 1990 voor zover het gaat om de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris in gevallen van overdracht van de economische eigendom. Voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris wordt geen terugwerkende kracht voorgesteld. De notaris is geen contractpartij, wat voor mij een reden is voor hem de hoofdelijke aansprakelijkheid, anders dan bij de vervreemder, niet te laten terugwerken.'
Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 3, p. 39.
Geldend Beleid. Leidraad Invordering 2008
'De ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken. De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden.'
Hfdst. I, artikel 3, par. 1.2, Leidraad Invordering 1990.
'De hoofdelijke aansprakelijkheid omvat de belasting tot het bedrag dat op grond van de inhoud van de akte is verschuldigd, inclusief de aan de voet van de akte gestelde verklaring. In het geval dat lasten of andere bestanddelen van de tegenprestatie in de akte worden genoemd maar deze niet in geld zijn gewaardeerd, is de notaris ook voor de daarover verschuldigde belasting aansprakelijk. De aansprakelijkheid strekt zich niet uit tot de belasting die wordt nageheven op grond van bijvoorbeeld:
—
in de akte te laag aangegeven prijzen;
—
het feit dat de waarde hoger is dan de in de akte vermelde koopsom.
Bij het eindigen van het ambt van notaris, kan de ex-notaris nog aansprakelijk worden gesteld voor de overdrachtsbelasting waarvoor hij ten tijde van zijn ambtsperiode hoofdelijk aansprakelijk was.'
Artikel 42.1, Aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting, Reikwijdte aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting, Leidraad Invordering 2008.