BNB 1996/77
Perceel met drie afzonderlijk bewoonde verdiepingen. In dit geval geen drie afzonderlijke woonruimten
HR 10-01-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1874, m.nt. G.J. van Leijenhorst
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 januari 1996
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Herrmann; Jansen, C.H.M.; Fleers
- Zaaknummer
30 584
- Noot
G.J. van Leijenhorst
- LJN
AA1874
- JCDI
JCDI:ADS887481:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1874, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑01‑1996
- Wetingang
Essentie
Perceel met drie afzonderlijk bewoonde verdiepingen. In dit geval geen drie afzonderlijke woonruimten
Samenvatting
Het onderhavige perceel heeft drie afzonderlijk bewoonde verdiepingen. Op twee verdiepingen ontbreekt een bad- of douchegelegenheid en/of een toilet. De badkamer op de resterende verdieping is bestemd voor gemeenschappelijk gebruik door alle bewoners van de drie verdiepingen.
HR: het Hof heeft ten onrechte de onderhavige verdiepingen aangemerkt als afzonderlijke woonruimten in de zin van art. 18, tweede lid, Wet VO en de Verordening, nu op alle verdiepingen een eigen bad- of douchegelegenheid en/of toilet ontbreekt. Ook de verdieping met de badkamer is geen afzonderlijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.