Op 3 februari 1971 is het bilaterale belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika in werking getreden. Het verdrag heeft betrekking op de voorkoming van dubbele successiebelasting (belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht; in Nederland erfbelasting). Het verdrag geeft geen regels voor de voorkoming van dubbele schenkingsbelasting (in Nederland: schenkbelasting).
Dubbele belasting vloeit in de relatie tussen Nederland en de Verenigde Staten in aanzienlijke mate voort uit het verschil in uitgangspunten die de staten hebben bij de heffing van successiebelasting. Volgens de fiscale wetgeving van de Verenigde Staten wordt niet alleen successiebelasting geheven ter zake van nalatenschappen van inwoners van de Verenigde Staten, maar wordt ook zonder beperking geheven over nalatenschappen van personen die op het tijdstip van overlijden buiten de Verenigde Staten woonden, maar de Amerikaanse nationaliteit bezaten. Nederland heft erfbelasting (tot 1 januari 2010 werd deze belasting aangeduid als successierecht) wanneer de erflater ten tijde van het overlijden in Nederland woonde. Daarnaast kent Nederland wel de zogenoemde tienjarenregeling van art. 3, eerste lid, Successiewet 1956 op grond waarvan een Nederlander nadat hij Nederland metterwoon verlaten heeft, geacht wordt nog gedurende een periode van tien jaar in Nederland zijn woonplaats te hebben. Het verdrag komt in belangrijke mate aan deze samenloopproblemen tegemoet.
In aant. 1.2 wordt het ontstaan van het verdrag behandeld. Zowel van Nederlandse als van Amerikaanse zijde is een officiële toelichting op het verdrag geschreven (zie aant. 1.2.2). De over het verdrag verschenen literatuur komt aan de orde in aant. 1.3.1, terwijl in aant. 1.3.2 literatuur over de Amerikaanse wetgeving is opgenomen. Vervolgens worden in aant. 1.4 doel en strekking van het verdrag behandeld. De context van het verdrag is uiteengezet in aant. 1.6. In aant. 1.7 wordt de relatie met de EU behandeld. Aant. 1.8 behandelt de vraag of het Verdrag van Wenen op het onderhavige verdrag van toepassing is en in aant. 1.9 komt het toepassingsgebied van het verdrag aan de orde. In aant. 1.10 wordt ingegaan op verdragsinterpretatie en de bronnen die daarbij van belang zijn.
In aant. 2 worden de hoofdlijnen van het verdrag beschreven.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, aanhef Successieverdrag Nederland-Verenigde Staten 1969, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 16-04-2026
16-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/15.28
03-02-1971 tot: -
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, aanhef Successieverdrag Nederland-Verenigde Staten 1969, aant. 1.1
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
voorkoming dubbele schenk erfbelasting
belastingverdrag
Verenigde Staten
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht aanhef regeling
Beschouwing
Op 3 februari 1971 is het bilaterale belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika in werking getreden. Het verdrag heeft betrekking op de voorkoming van dubbele successiebelasting (belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht; in Nederland erfbelasting). Het verdrag geeft geen regels voor de voorkoming van dubbele schenkingsbelasting (in Nederland: schenkbelasting).
Dubbele belasting vloeit in de relatie tussen Nederland en de Verenigde Staten in aanzienlijke mate voort uit het verschil in uitgangspunten die de staten hebben bij de heffing van successiebelasting. Volgens de fiscale wetgeving van de Verenigde Staten wordt niet alleen successiebelasting geheven ter zake van nalatenschappen van inwoners van de Verenigde Staten, maar wordt ook zonder beperking geheven over nalatenschappen van personen die op het tijdstip van overlijden buiten de Verenigde Staten woonden, maar de Amerikaanse nationaliteit bezaten. Nederland heft erfbelasting (tot 1 januari 2010 werd deze belasting aangeduid als successierecht) wanneer de erflater ten tijde van het overlijden in Nederland woonde. Daarnaast kent Nederland wel de zogenoemde tienjarenregeling van art. 3, eerste lid, Successiewet 1956 op grond waarvan een Nederlander nadat hij Nederland metterwoon verlaten heeft, geacht wordt nog gedurende een periode van tien jaar in Nederland zijn woonplaats te hebben. Het verdrag komt in belangrijke mate aan deze samenloopproblemen tegemoet.
In aant. 1.2 wordt het ontstaan van het verdrag behandeld. Zowel van Nederlandse als van Amerikaanse zijde is een officiële toelichting op het verdrag geschreven (zie aant. 1.2.2). De over het verdrag verschenen literatuur komt aan de orde in aant. 1.3.1, terwijl in aant. 1.3.2 literatuur over de Amerikaanse wetgeving is opgenomen. Vervolgens worden in aant. 1.4 doel en strekking van het verdrag behandeld. De context van het verdrag is uiteengezet in aant. 1.6. In aant. 1.7 wordt de relatie met de EU behandeld. Aant. 1.8 behandelt de vraag of het Verdrag van Wenen op het onderhavige verdrag van toepassing is en in aant. 1.9 komt het toepassingsgebied van het verdrag aan de orde. In aant. 1.10 wordt ingegaan op verdragsinterpretatie en de bronnen die daarbij van belang zijn.
In aant. 2 worden de hoofdlijnen van het verdrag beschreven.