Inhoudsopgave
WFR 1991/1841:DE OBJECTIVATIE VAN HET WINSTOOGMERK
WFR 1991/1841
DE OBJECTIVATIE VAN HET WINSTOOGMERK
Documentgegevens:
MR. C. P. M. VAN HOUTE (Werkzaam bij Beekman Belastingadviseurs te Amsterdam.), datum 01-01-1991
- Datum
01-01-1991
- Auteur
MR. C. P. M. VAN HOUTE (Werkzaam bij Beekman Belastingadviseurs te Amsterdam.)
- JCDI
JCDI:ADS774495:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1 INLEIDING
Stichtingen zijn subjectief belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting, indien en voor zover zij een onderneming drijven. (Art. 2, eerste lid, letter d, Wet Vpb. 1969.) Een gangbare fiscaalrechtelijke definitie van het begrip onderneming luidt: 'een onderneming is een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, gericht op deelneming aan het economisch verkeer met het oogmerk om winst te behalen'. (Hofstra/Stevens, Inkomstenbelasting, 1988, blz. 86. In de jurisprudentie wordt deze definitie ook tot uitgangspunt gekozen.)
In deze bijdrage wordt het kenbaar maken (de objectivatie) van het winstoogmerk behandeld.
2 WELK SOORT WINSTOOGMERK: ZELFSTANDIG OF AFGELEID?
In de praktijk is het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.