FED 1997/237
Bepaling hoogte van op aandelen gestort bedrag bij inbreng
HR 02-10-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1984, m.nt. R.P.C.W.M. Brandsma
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 oktober 1996
- Magistraten
Jansen; Linde, van der; Moor, de; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van
- Zaaknummer
31 400
- Noot
R.P.C.W.M. Brandsma
- LJN
AA1984
- JCDI
JCDI:ADS226315:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Dividendbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1984, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑10‑1996
- Wetingang
Art. 44 Wet IB 1964;art. 3, lid 2, Wet div.bel. 1965
Essentie
Bepaling hoogte van op aandelen gestort bedrag bij inbreng
Samenvatting
De aandeelhouder van X BV, belanghebbende, heeft in 1985 aan zijn volstortingsverplichting van de bij hem geplaatste aandelen in belanghebbende voldaan door inbreng van zijn aandelen in vennootschap C, fiscaal erkend gestort kapitaal f 25 000, waard nihil; vennootschap H, fiscaal erkend gestort kapitaal f 60 000, waard f 60 208 000; vennootschap D fiscaal erkend gestort kapitaal f 3 750 000, waard f 3 549 000; vennootschap E fiscaal erkend gestort kapitaal f 45 032 000, waard nihil.
Na een vermindering van belanghebbendes aandelenkapitaal in 1990, heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.