De arbeidsverhouding van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a-h, van de Wet LB 1964 genoemde personen wordt steeds als dienstbetrekking beschouwd. Deze personen zijn derhalve werknemer in de zin van artikel 2 en als zodanig aan de loonbelasting onderworpen. De fictie heeft tot gevolg dat ten aanzien van deze personen geen onderzoek behoeft te geschieden naar de vraag of hun arbeidsverhouding al dan niet een 'echte' dienstbetrekking is. Aan de bepaling liggen verschillende overwegingen ten grondslag. Deze zijn deels van fiscale aard en houden deels verband met de coördinatie met de werknemersverzekeringen. De werking van de fictie is niet beperkt tot degene die de desbetreffende werkzaamheden verricht of vroeger heeft verricht, maar strekt zich ook uit tot degene die loon geniet uit door een ander als zodanig (vroeger) verrichte werkzaamheden.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van dit artikel (aant. 1)
De Wet op de loonbelasting 1964 is met ingang van 1 juli 1965 ingevoerd bij wet van 16 december 1964, Stb. 1964, 521. Met ingang van 1 juli 1967 zijn toegevoegd de subagent en degenen die een vakopleiding volgen. Met ingang van 1 januari 1988 is de bestuurder van de coöperatie toegevoegd. Met ingang van 1 januari 2013 zijn de bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen toegevoegd. Met ingang van 1 januari 2017 is de commissaris vervallen.
2. Aanneming van werk
Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene, die een overeenkomst van aanneming van werk sluit met een opdrachtgever, tenzij hij als ondernemer werkzaam is of als thuiswerker. Zie onder meer HR 6 maart 1991, nr. 26 728, BNB 1991/177; V-N 1991, p. 949 (aant. 2).
3. De hulpen van de aannemer van werk
Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de hulpen die door de aannemer van werk worden ingeschakeld (aant. 3).
4. Agenten en tussenpersonen
Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van tussenpersonen indien aan bepaalde eisen is voldaan. Hij moet onder meer voor één opdrachtgever/principaal werken (aant. 4).
5. Subagenten
In dit geval werkt de tussenpersoon voor een opdrachtgever van de principaal. Ook hier is vereist dat er (uiteindelijk) gewerkt wordt voor één principaal (aant. 5).
6. Leerlingen
In dienstbetrekking werken ook de leerlingen die praktisch werkzaam zijn en een beloning ontvangen die niet uitsluitend bestaat uit het genieten van onderwijs. Zie onder meer HR 3 mei 2013, nr. 12/01078, ECLI:NL:HR:2013:BY8742, BNB 2013/180, V-N 2013/21.17 (aant. 6).
7. Voor de ouders werkzame kinderen
Het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouder is in dienstbetrekking werkzaam, tenzij hij zelf ondernemer is (aant. 7).
8. Commissarissen
De commissaris was tot en met 2016 ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB 1964 in dienstbetrekking werkzaam. Goedgekeurd was dat vanaf 1 mei 2016 geen fictieve dienstbetrekking meer werd aangenomen (aant. 8).
9. Bestuurders van werknemerscoöperaties
Bij commissarissen, bestuurders van werknemerscoöperaties en bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen ontbreekt een echte dienstbetrekking, aangezien er geen gezagsverhouding is. Hun arbeidsverhouding wordt als dienstbetrekking aangemerkt (aant. 9).
10. Bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen zijn ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van de Wet LB 1964 in dienstbetrekking werkzaam (aant. 9A).
11. Geen fictieve dienstbetrekking voor aannemers van werk en hun hulpen
Voor aannemers van werken en hun hulpen wordt hun arbeidsverhouding niet als dienstbetrekking aangemerkt, indien zij werkzaamheden verrichten voor een natuurlijk persoon voor hem persoonlijk (aant. 10). Zie bijvoorbeeld HR 5 december 2008, nr. 43 024, ECLI:NL:HR:2008:BG5986, BNB 2009/16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 3 Wet LB 1964, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 01-04-2026
01-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/45 en V-N 2026/12.24.
01-07-1965 tot: -
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 3 Wet LB 1964, aant. 1.1
Loonbelasting / Dienstbetrekking
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
fictieve dienstbetrekking
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 3
Beschouwing
De arbeidsverhouding van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a-h, van de Wet LB 1964 genoemde personen wordt steeds als dienstbetrekking beschouwd. Deze personen zijn derhalve werknemer in de zin van artikel 2 en als zodanig aan de loonbelasting onderworpen. De fictie heeft tot gevolg dat ten aanzien van deze personen geen onderzoek behoeft te geschieden naar de vraag of hun arbeidsverhouding al dan niet een 'echte' dienstbetrekking is. Aan de bepaling liggen verschillende overwegingen ten grondslag. Deze zijn deels van fiscale aard en houden deels verband met de coördinatie met de werknemersverzekeringen. De werking van de fictie is niet beperkt tot degene die de desbetreffende werkzaamheden verricht of vroeger heeft verricht, maar strekt zich ook uit tot degene die loon geniet uit door een ander als zodanig (vroeger) verrichte werkzaamheden.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van dit artikel (aant. 1)
De Wet op de loonbelasting 1964 is met ingang van 1 juli 1965 ingevoerd bij wet van 16 december 1964, Stb. 1964, 521. Met ingang van 1 juli 1967 zijn toegevoegd de subagent en degenen die een vakopleiding volgen. Met ingang van 1 januari 1988 is de bestuurder van de coöperatie toegevoegd. Met ingang van 1 januari 2013 zijn de bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen toegevoegd. Met ingang van 1 januari 2017 is de commissaris vervallen.
2. Aanneming van werk
Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene, die een overeenkomst van aanneming van werk sluit met een opdrachtgever, tenzij hij als ondernemer werkzaam is of als thuiswerker. Zie onder meer HR 6 maart 1991, nr. 26 728, BNB 1991/177; V-N 1991, p. 949 (aant. 2).
3. De hulpen van de aannemer van werk
Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de hulpen die door de aannemer van werk worden ingeschakeld (aant. 3).
4. Agenten en tussenpersonen
Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van tussenpersonen indien aan bepaalde eisen is voldaan. Hij moet onder meer voor één opdrachtgever/principaal werken (aant. 4).
5. Subagenten
In dit geval werkt de tussenpersoon voor een opdrachtgever van de principaal. Ook hier is vereist dat er (uiteindelijk) gewerkt wordt voor één principaal (aant. 5).
6. Leerlingen
In dienstbetrekking werken ook de leerlingen die praktisch werkzaam zijn en een beloning ontvangen die niet uitsluitend bestaat uit het genieten van onderwijs. Zie onder meer HR 3 mei 2013, nr. 12/01078, ECLI:NL:HR:2013:BY8742, BNB 2013/180, V-N 2013/21.17 (aant. 6).
7. Voor de ouders werkzame kinderen
Het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouder is in dienstbetrekking werkzaam, tenzij hij zelf ondernemer is (aant. 7).
8. Commissarissen
De commissaris was tot en met 2016 ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB 1964 in dienstbetrekking werkzaam. Goedgekeurd was dat vanaf 1 mei 2016 geen fictieve dienstbetrekking meer werd aangenomen (aant. 8).
9. Bestuurders van werknemerscoöperaties
Bij commissarissen, bestuurders van werknemerscoöperaties en bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen ontbreekt een echte dienstbetrekking, aangezien er geen gezagsverhouding is. Hun arbeidsverhouding wordt als dienstbetrekking aangemerkt (aant. 9).
10. Bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen zijn ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van de Wet LB 1964 in dienstbetrekking werkzaam (aant. 9A).
11. Geen fictieve dienstbetrekking voor aannemers van werk en hun hulpen
Voor aannemers van werken en hun hulpen wordt hun arbeidsverhouding niet als dienstbetrekking aangemerkt, indien zij werkzaamheden verrichten voor een natuurlijk persoon voor hem persoonlijk (aant. 10). Zie bijvoorbeeld HR 5 december 2008, nr. 43 024, ECLI:NL:HR:2008:BG5986, BNB 2009/16.