Artikel 25 van het OESO-modelverdrag bevat een regeling voor onderling overleg. Deze kan van toepassing zijn indien de belastingplichtige ondanks het belastingverdrag te maken krijgt met dubbele belastingheffing.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 25
Het artikel geeft aan via welke procedure de belastingplichtige dubbele belasting die voortkomt uit de toepassing van het verdrag kan oplossen.
2. Toegang tot de procedure (aant. 2)
Lid 1 geeft aan dat een belastingplichtige bij dubbele belastingheffing door het niet juist toepassen van het verdrag of door interpretatieverschillen, een overlegprocedure kan starten. De belastingplichtige kan zich dan richten tot de bevoegde autoriteit van zijn woonland. Lid 1 geeft aan wanneer dit verzoek uiterlijk moet zijn gedaan.
3. Beoordeling bevoegde autoriteit (aant. 3)
De procedure bestaat uit twee fasen. In de eerste fase beoordeelt de bevoegde autoriteit van de staat waar het verzoek tot opstarten van de overlegprocedure is gedaan, of ze het voorgelegde probleem zelf kan oplossen. In de tweede fase zal in overleg worden getreden met de andere verdragsluitende staat. Dit is het geval indien de ene staat van mening is dat het probleem geheel of gedeeltelijk te wijten is aan een maatregel genomen door de andere verdragssluitende staat.
4. Overeenkomen van nadere regelingen (aant. 4)
De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid interpretatieverschillen door onderling overleg op te lossen. Ook kunnen zij in overleg treden voor gevallen van dubbele belastingheffing die niet onder het belastingverdrag vallen.
5. Praktisch verloop van de procedure(aant. 5)
Lid 4 van art. 25 OESO-modelverdrag geeft aan hoe de procedure verloopt.
6. Arbitrage (aant. 6)
Als de bevoegde autoriteiten na 2 jaar nog niet tot een oplossing zijn gekomen kunnen zij het geschil voordragen voor arbitrage. Hoe een dergelijke procedure werkt is geregeld in artikel 25, vijfde lid, van het OESO-modelverdrag.
7. Interactie met geschilbeslechting onder GATS (aant. 7)
Deze aantekening gaat in op de wisselwerking tussen de overlegprocedure van artikel 25 van het OESO-modelverdrag en de mogelijkheid van geschillenbeslechting via de General Agreement on Trade in Services (GATS).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, art. 25 OESO-modelverdrag 1992, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 16-04-2026
16-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/17.30
23-07-1992 tot: -
Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht, art. 25 OESO-modelverdrag 1992, aant. 1.1
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Internationaal belastingrecht / Inlichtingenuitwisseling en wederzijdse bijstand
OESO-modelverdrag
onderlinge overlegprocedure
OESO-modelverdrag 1992 artikel 25
Beschouwing
Artikel 25 van het OESO-modelverdrag bevat een regeling voor onderling overleg. Deze kan van toepassing zijn indien de belastingplichtige ondanks het belastingverdrag te maken krijgt met dubbele belastingheffing.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 25
Het artikel geeft aan via welke procedure de belastingplichtige dubbele belasting die voortkomt uit de toepassing van het verdrag kan oplossen.
2. Toegang tot de procedure (aant. 2)
Lid 1 geeft aan dat een belastingplichtige bij dubbele belastingheffing door het niet juist toepassen van het verdrag of door interpretatieverschillen, een overlegprocedure kan starten. De belastingplichtige kan zich dan richten tot de bevoegde autoriteit van zijn woonland. Lid 1 geeft aan wanneer dit verzoek uiterlijk moet zijn gedaan.
3. Beoordeling bevoegde autoriteit (aant. 3)
De procedure bestaat uit twee fasen. In de eerste fase beoordeelt de bevoegde autoriteit van de staat waar het verzoek tot opstarten van de overlegprocedure is gedaan, of ze het voorgelegde probleem zelf kan oplossen. In de tweede fase zal in overleg worden getreden met de andere verdragsluitende staat. Dit is het geval indien de ene staat van mening is dat het probleem geheel of gedeeltelijk te wijten is aan een maatregel genomen door de andere verdragssluitende staat.
4. Overeenkomen van nadere regelingen (aant. 4)
De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid interpretatieverschillen door onderling overleg op te lossen. Ook kunnen zij in overleg treden voor gevallen van dubbele belastingheffing die niet onder het belastingverdrag vallen.
5. Praktisch verloop van de procedure(aant. 5)
Lid 4 van art. 25 OESO-modelverdrag geeft aan hoe de procedure verloopt.
6. Arbitrage (aant. 6)
Als de bevoegde autoriteiten na 2 jaar nog niet tot een oplossing zijn gekomen kunnen zij het geschil voordragen voor arbitrage. Hoe een dergelijke procedure werkt is geregeld in artikel 25, vijfde lid, van het OESO-modelverdrag.
7. Interactie met geschilbeslechting onder GATS (aant. 7)
Deze aantekening gaat in op de wisselwerking tussen de overlegprocedure van artikel 25 van het OESO-modelverdrag en de mogelijkheid van geschillenbeslechting via de General Agreement on Trade in Services (GATS).