FED 1996/716
De verkoopopbrengst van krachtens erfrecht verkregen aandelen die op grond van de kasgeldarresten als inkomsten uit aandelen wordt aangemerkt, komt tot het op de voet van art. 57, eerste lid, onderdeel f, te bepalen bedrag voor toepassing van het 20%-tarief in aanmerking.
HR 08-07-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1947, m.nt. R.F.C. Spek
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 1996
- Magistraten
Stoffer; Fleers; Jansen, C.H.M.; Urlings; Zuurmond
- Zaaknummer
31 080
- Noot
R.F.C. Spek
- LJN
AA1947
- JCDI
JCDI:ADS226021:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1947, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑1996
- Wetingang
Art. 24 en 57, eerste lid, onderdeel f, Wet IB 1964 (tekst 1985)
Essentie
De verkoopopbrengst van krachtens erfrecht verkregen aandelen die op grond van de kasgeldarresten als inkomsten uit aandelen wordt aangemerkt, komt tot het op de voet van art. 57, eerste lid, onderdeel f, te bepalen bedrag voor toepassing van het 20%-tarief in aanmerking.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1985.
Vaststaat:
1.1. Mevrouw C, moeder van belanghebbende, was sinds 1972 houder van nominaal f 335 000 gecertificeerde gewone aandelen in D BV, gevestigd te Q, en van nominaal f 70 000 gecertificeerde gewone aandelen in E BV, eveneens gevestigd te Q. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.