FED 2004/493
Klager maakt niet aannemelijk dat strafrechtelijke vervolging wegens fraude door een rechtspersoon en een fiscale boete voor een bestuurder bestraffing voor 'hetzelfde feit' betreffen THE FACTS:
EHRM 02-10-2003, ECLI:CE:ECHR:2003:1002DEC001359602, m.nt. E. Thomas
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
2 oktober 2003
- Magistraten
Ress; Caflisch; Kuris; Turmen; Hedigan; Tsatsa-Nikolovska; Greve
- Zaaknummer
13596/02
- Noot
E. Thomas
- LJN
BH5816
- JCDI
JCDI:ADS234907:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2003:1002DEC001359602, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 02‑10‑2003
- Wetingang
Art. 4 Zevende Protocol bij het EVRM (P 7-4)
Essentie
Klager maakt niet aannemelijk dat strafrechtelijke vervolging wegens fraude door een rechtspersoon en een fiscale boete voor een bestuurder bestraffing voor 'hetzelfde feit' betreffen THE FACTS:
Samenvatting
Het EHRM overweegt dat P 7-4 het meer dan eenmaal strafrechtelijk vervolgen verbiedt, indien 'criminal proceedings' tot een einduitspraak hebben geleid. De klager dient niet slechts te stellen, maar tevens aannemelijk te maken dat P 7-4 is geschonden. Voor het vaststellen van een dergelijke schending is onvoldoende dat een nauw verband bestaat tussen de belastingfraude van een natuurlijk persoon enerzijds en een vennootschap/rechtspersoon anderzijds. Het EHRM overweegt tevens dat de ten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.