FED 1992/9
Bedrijfsverplaatsingssubsidie voor de omzetbelasting onbelast nu de feiten geen andere conclusie toelaten dan dat belanghebbende tot de verplaatsing is overgegaan niet ter wille van de belangen van de gemeente of VROM, doch ter wille van haar eigen belangen, te weten de ongestoorde voortzetting van haar bedrijf, en dat zij niet tegenover de gemeente of VROM ter verkrijging van de bijdragen enig haar toekomend recht heeft opgeofferd of anderszins enige zaak heeft afgestaan.
HR 06-11-1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC4764, m.nt. C.J. Hummel
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 november 1991
- Magistraten
Linde, van der; Korthals Altes; Moor, De
- Zaaknummer
27 334
- Noot
C.J. Hummel
- LJN
ZC4764
- JCDI
JCDI:ADS209821:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1991:ZC4764, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑1991
- Wetingang
Art. 4 Wet OB 1968
Essentie
Bedrijfsverplaatsingssubsidie voor de omzetbelasting onbelast nu de feiten geen andere conclusie toelaten dan dat belanghebbende tot de verplaatsing is overgegaan niet ter wille van de belangen van de gemeente of VROM, doch ter wille van haar eigen belangen, te weten de ongestoorde voortzetting van haar bedrijf, en dat zij niet tegenover de gemeente of VROM ter verkrijging van de bijdragen enig haar toekomend recht heeft opgeofferd of anderszins enige zaak heeft afgestaan.
Uitspraak
Het geschil betrof de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 1983 t/m 31 december 1988
Vaststaat:
1.1. Belanghebbende exploiteerde in het tijdvak van naheffing ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.