BNB 2006/246
Vervanging verhuurde woningen door te verhuren bedrijfsunits
HR 10-03-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8196, m.nt. R.P.C. Cornelisse
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 maart 2006
- Magistraten
Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Lourens; Bavinck; Punt
- Zaaknummer
41 465
- Conclusie
A-G mr. Van Ballegooijen
- Noot
R.P.C. Cornelisse
- LJN
AU8196
- JCDI
JCDI:ADS170792:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AU8196, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑03‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AU8196, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑03‑2006
- Wetingang
Art. 14 Wet IB 1964
Essentie
Vervanging verhuurde woningen door te verhuren bedrijfsunits
Samenvatting
Belanghebbende, een BV, houdt zich bezig met de verhuur van onroerende zaken. In 1997 heeft zij een pand, bestaande uit twee verhuurde woningen, verkocht en voor de daarbij behaalde boekwinst een vervangingsreserve gevormd. Naderhand kreeg zij het voornemen om te investeren in - te verhuren - bedrijfsunits. De vervangingsreserve is in 1999 afgeboekt op de stichtingskosten van die units.
HR: Blijkens de wetsgeschiedenis dient met betrekking tot het begrip vervanging een ruim standpunt te worden ingenomen (HR, BNB 2002/98c*). Gelet op het doel van de onderneming - deze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.