FED 1992/823
Elke vennoot in een vennootschap onder firma wordt geacht een eigen onderneming te drijven en maakt een zelfstandige keuze met betrekking tot de toepassing van investeringsfaciliteiten. Na aanwijzing van bedrijfsmiddelen in de zin van art. 61a, vijfde lid, letter n, Wet IB 1964 kan vervreemding van deze zaken niet tot desinvesteringsbetalingen leiden.
HR 02-09-1992, ECLI:NL:HR:1992:BH8498, m.nt. G.Th.K. Meussen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 september 1992
- Magistraten
Jansen; Linde, Van Der; Bellaart
- Zaaknummer
28 192
- Noot
G.Th.K. Meussen
- LJN
BH8498
- JCDI
JCDI:ADS22746:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:BH8498, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑09‑1992
- Wetingang
Essentie
Elke vennoot in een vennootschap onder firma wordt geacht een eigen onderneming te drijven en maakt een zelfstandige keuze met betrekking tot de toepassing van investeringsfaciliteiten. Na aanwijzing van bedrijfsmiddelen in de zin van art. 61a, vijfde lid, letter n, Wet IB 1964 kan vervreemding van deze zaken niet tot desinvesteringsbetalingen leiden.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1985.
Vaststaat:
Te Q exploiteerde belanghebbende samen met de heer A een horecabedrijf in de vorm van een vennootschap onder firma. In 1984 werd voor in totaal f 151 021,60 aan bedrijfsmiddelen geinvesteerd.
Belanghebbende heeft niet een overzicht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.