FED 1996/87
In de Kasgeldsfeer vindt art. 59 Wet IB 1964 toepassing.
HR 13-12-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3164
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 december 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
29 202
- LJN
AA3164
- JCDI
JCDI:ADS273439:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3164, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑12‑1995
- Wetingang
Art. 59 Wet IB 1964
Essentie
In de Kasgeldsfeer vindt art. 59 Wet IB 1964 toepassing.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1989.
Op het beroep in cassatie van belanghebbende overweegt de Hoge Raad:
3. Beoordeling van de middelen
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende en zijn broer A verwierven, ieder voor de helft, op 31 juli 1983 alle uitstaande aandelen, nominaal en gestort f 50 000 in B BV (hierna: B). De koopsom voor die helft beliep f 237 500. B bezat alle certificaten van aandelen B in C BV (hierna: de Holding) en de vader van belanghebbende, D, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.