BNB 1989/238
HR, 07-06-1989, nr. 25429
HR 07-06-1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC4051, m.nt. Laeijendecker
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 juni 1989
- Magistraten
Dijk, Van; Vucht, Van; Stoffer; Mijnssen; Wildeboer
- Zaaknummer
25429
- Noot
Laeijendecker
- LJN
ZC4051
- JCDI
JCDI:ADS886669:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1989:ZC4051, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑06‑1989
- Wetingang
Art. 32, lid 2, Succ. '56 - tekst 1983
Samenvatting
Bij imputatie op de vrijstelling in aanmerking te nemen waarde van door overlijden echtgenoot verkregen weduwenpensioen
Voor belangh. als weduwe is vrijgesteld van het recht van successie hetgeen zij van haar overleden echtgenoot tot het in art. 32, eerste lid, onder 4e letter a, Succ. '56 genoemde bedrag heeft verkregen, met dien verstande dat op die vrijstelling de waarde van het door haar onbelastbaar verkregen weduwenpensioen in mindering komt in voege als in het tweede lid van genoemd art. bepaald.
Uit het arrest van de HR van 27 nov. 1981, NJ 1982, 503, leidt belangh. af ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.