BNB 2004/201
Bepaling van het toetsinkomen met inachtneming van art. 5 Wet IB 1964 is niet in strijd met het discriminatieverbod
HR 26-03-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6336
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 2004
- Magistraten
Pos; Monné; Amersfoort, van; Leemreis; Maanen, van
- Zaaknummer
38 561
- LJN
AO6336
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Premieheffing (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AO6336, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑2004
- Wetingang
Art. 3d, eerste lid, Ziekenfondswet; art. 26 IVBPR
Essentie
Bepaling van het toetsinkomen met inachtneming van art. 5 Wet IB 1964 is niet in strijd met het discriminatieverbod
Samenvatting
Gedurende de basisreferteperiode voor de bepaling van het toetsinkomen voor de verplichte ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen zijn bij de vaststelling van de belastbare inkomens van belanghebbende en haar echtgenoot telkenjare bestanddelen van het inkomen van belanghebbende op de voet van art. 5 Wet IB 1964 aangemerkt als bestanddelen van het inkomen van haar echtgenoot. Uitsluitend als gevolg daarvan is het toetsinkomen van belanghebbende lager dan f 42 000, de voor het onderhavige jaar geldende grens voor de verplichte verzekering. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.