FED 1995/841:Belanghebbende, een transportondernemer rijdt zelf als chauffeur op een tankwagen van zijn bedrijf. Hij brengt reis- en verblijfskosten ten laste van zijn winst en sluit ter bepaling van de hoogte hiervan aan bij de bedragen die overeenkomen met de niet tot hun loon behorende vergoedingen die vrachtwagenchauffeurs overeenkomstig de CAO voor het beroepsgoederenvervoer over de weg ontvangen ter bestrijding van hun reis- en verblijfkosten tot verwerving van hun loon. In geschil is of met de privé-besparingen van belanghebbende rekening is gehouden. Het hof is van oordeel dat belanghebbende door bij de genoemde CAO aan te sluiten aan zijn bewijslast heeft voldaan. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de onderwerpelijke CAO-vergoedingen de kosten die zij geacht worden te bestrijden, overtreffen, althans dat zulks geldt voor belanghebbendes kostenboekingen, doordat privé-besparingen zouden zijn veronachtzaamd. De Hoge Raad is van oordeel dat de oordelen van het hof feitelijk en niet onbegrijpelijk zijn. Het middel van de staatssecretaris leidt niet tot cassatie.