FED 2009/50
Schending van het ne bis in idem beginsel is afhankelijk van het gegeven of de tweede procedure gebaseerd is op dezelfde of substantieel dezelfde feiten als de eerste procedure
EHRM 10-02-2009, ECLI:NL:XX:2009:BI6882, m.nt. E. Thomas (Zolotukhin/Rusland)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Grote kamer)
- Datum
10 februari 2009
- Magistraten
Costa; Bratza; Tulkens; Casadevall; Bîrsan; Jungwiert; Steiner; Kovler; Pavlovski; Myjer; Popovic; Berro-Lefevre; Hirvelä; Malinverni; López Guerra; Lazarova; Trajkovska; Bianku
- Zaaknummer
14939/03
- Noot
E. Thomas
- LJN
BI6882
- Roepnaam
Zolotukhin/Rusland
- JCDI
JCDI:ADS199230:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Europees belastingrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:XX:2009:BI6882, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Grote kamer), 10‑02‑2009
- Wetingang
Art. 4 Zevende protocol EVRM (hierna: P 7-4)
Essentie
Schending van het ne bis in idem commit; beginsel is afhankelijk van het gegeven of de tweede procedure gebaseerd is op dezelfde of substantieel dezelfde feiten als de eerste procedure
Samenvatting
Belanghebbende, Zolotukhin, wordt strafrechtelijk vervolgd, nadat hij eerder bestuursrechtelijk onherroepelijk is bestraft. Het EHRM beslist dat P 7-4 geen verbod op een tweede bestraffing inhoudt, maar een waarborg om niet in een tweede (straf)procedure betrokken te worden ten aanzien van dezelfde feiten of substantieel dezelfde feiten als in de eerste procedure.Nationaalrechtelijk kan rechtsherstel worden geboden en een belanghebbende kan de 'slachtoffer' status worden ontnomen door het beëindigen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.