WFR 1989/1231
HR, 13-09-1989, nr. 26 254
HR 13-09-1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC4101
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 september 1989
- Zaaknummer
26 254
- LJN
ZC4101
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1989:ZC4101, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑09‑1989
- Wetingang
Art. 42 Wet IB 1964
Uitspraak
Aan belanghebbende, X te Z, staat in 1984 een auto van de werkgeefster ter beschikking. Volgens door X bij zijn werkgeefster ingediende maandstaten, waarop de zakelijke en prive-ritten met vermelding van de km-standen per dag zijn gespecificeerd, heeft X in 1984 in totaal 53 525 km, en voor prive-doeleinden niet meer dan 1755 km gereden. Anders dan de inspecteur acht X de 20%-bijtelling niet van toepassing.
Hof 's-Hertogenbosch stelt X in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van de staatssecretaris overweegt de Hoge Raad: De in art. 42, vierde lid, Wet IB 1964 neergelegde eis dat het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.