FED 1999/252
Man/vrouwondermaatschap. Ontbreken van gerechtigdheid tot de stille reserves van de bovenmaatschap geen belemmering voor ondernemerschap
HR 16-12-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2580, m.nt. P.A. Flutsch
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 1998
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Bellaart; Brunschot, van; Vliet, van; Hammerstein
- Zaaknummer
34 174
- Noot
P.A. Flutsch
- LJN
AA2580
- JCDI
JCDI:ADS229801:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2580, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑1998
- Wetingang
Art. 6 Wet IB 1964
Essentie
Man/vrouwondermaatschap. Ontbreken van gerechtigdheid tot de stille reserves van de bovenmaatschap geen belemmering voor ondernemerschap
Samenvatting
X oefent sinds 1986 met zijn vader en broer in maatschapsverband een landbouwbedrijf (hierna: de bovenmaatschap) uit. Op 27 december 1989 zijn X en zijn echtgenote overeengekomen dat zij met betrekking tot X' aandeel in de bovenmaatschap met ingang van 8 januari 1990 een ondermaatschap zullen aangaan. Op 30 november 1990 hebben X en zijn echtgenote hun mondeling gesloten ondermaatschapsovereenkomst schriftelijk vastgelegd. Op grond van de overeenkomst brengen zowel X en zijn echtgenote hun kennis, arbeid en vlijt, relaties en vergunningen in. X ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.