FED 1996/294
De provincie legt een aanslag zuiveringsheffing op aan de zakelijk gerechtigde van een huis bestaande uit 3 etages, welke aan 3 verschillende personen als woning verhuurd zijn. Op de begane grond en de tweede verdieping ontbreekt een douche of badkamer. Ook heeft de tweede verdieping geen toilet. Het hof heeft de 3 etages aangemerkt als afzonderlijke woonruimten. De Hoge Raad beslist dat de drie woningen onvoldoende zelfstandigheid bezitten aangezien wezenlijke voorzieningen ontbreken. Verwijzing volgt voor een behandeling van de overige stellingen van belanghebbende.
HR 10-01-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1874, m.nt. B. Sio
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 januari 1996
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Herrmann; Jansen, C.H.M.; Fleers
- Zaaknummer
30 584
- Noot
B. Sio
- LJN
AA1874
- JCDI
JCDI:ADS225396:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden (V)
Milieubelastingen (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1874, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑01‑1996
- Wetingang
Art. 17 en 18, tweede lid, WVO; Verordening zuiveringsheffing provincie Utrecht 1986
Essentie
De provincie legt een aanslag zuiveringsheffing op aan de zakelijk gerechtigde van een huis bestaande uit 3 etages, welke aan 3 verschillende personen als woning verhuurd zijn. Op de begane grond en de tweede verdieping ontbreekt een douche of badkamer. Ook heeft de tweede verdieping geen toilet. Het hof heeft de 3 etages aangemerkt als afzonderlijke woonruimten. De Hoge Raad beslist dat de drie woningen onvoldoende zelfstandigheid bezitten aangezien wezenlijke voorzieningen ontbreken. Verwijzing volgt voor een behandeling van de overige stellingen van belanghebbende.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag zuiveringsheffing ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.