BNB 2005/352
Kwijtscheldingswinst. Vraag of vordering voor verwezenlijking vatbaar was
HR 12-08-2005, ECLI:NL:HR:2005:AU0893, m.nt. R.P.C. Cornelisse
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 augustus 2005
- Magistraten
Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Lourens; Bavinck; Berge, van den
- Zaaknummer
40 896
- Noot
R.P.C. Cornelisse
- LJN
AU0893
- JCDI
JCDI:ADS889030:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2005:AU0893, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑08‑2005
- Wetingang
Art. 3.13, eerste lid , onderdeel a, Wet IB 2001
Essentie
Kwijtscheldingswinst. Vraag of vordering voor verwezenlijking vatbaar was
Samenvatting
Belanghebbende heeft sinds 1993 een schuld aan een leverancier. Op die schuld is sinds 1995 niet afgelost. De crediteur heeft na 1995 geen pogingen meer ondernomen om zijn vordering te innen. De Inspecteur waardeert de schuld per ultimo 2001 wegens verjaring op nihil en rekent het nominale bedrag van de schuld tot de winst. Belanghebbende doet een beroep op de vrijstelling voor kwijtscheldingswinst. Het Hof wijst dit af op grond van zijn oordeel dat de vordering voor verwezenlijking vatbaar was en dat dit voor de crediteur kenbaar was.
HR: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.