BNB 2004/158
Bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond. Beoordeling bij volgtijdelijk verschillend gebruik
HR 13-02-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3645, m.nt. W.J.N.M. Snoijink
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2004
- Magistraten
Monné; Amersfoort, van; Leemreis
- Zaaknummer
37 844
- Noot
W.J.N.M. Snoijink
- LJN
AO3645
- JCDI
JCDI:ADS888779:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AO3645, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2004
- Wetingang
Art. 220d, eerste lid, onderdelen a en b, Gemeentewet; Verordening onroerende-zaakbelastingen Naaldwijk 1997
Essentie
Bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond. Beoordeling bij volgtijdelijk verschillend gebruik
Samenvatting
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een kwekerij, waarin jaarlijks gedurende de periode juni tot en met november chrysantenteelt in de volle grond plaatsvindt, en gedurende de periode december tot en met mei geraniumteelt op doek (zogenoemde substraatteelt).
HR: Voor het antwoord op de vraag of de vrijstellingen voor bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond en de opstallen daarop van toepassing zijn, is beslissend of, beoordeeld naar de omstandigheden aan het begin van het kalenderjaar, de grond in hoofdzaak de functie heeft gewassen te voeden en te doen groeien. Bij de vaststaande ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.