WFR 2004/1844
Hoge Raad stelt prejudiciële vragen inzake regeling accijnszegels op tabaksproducten.
HR 26-11-2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3043
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2004
- Zaaknummer
38 565
- LJN
AO3043
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AO3043, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2004
ECLI:NL:PHR:2004:AO3043, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑11‑2004
- Wetingang
Art. 4, onderdeel b, art. 6 en art. 21, eerste lid, richtlijn accijns (92/12/EEG); art. 29, art. 35, tweede id, art. 73, eerste lid, art. 77, art. 78, tweede lid, art. 79, derde lid, onderdeel b, en art. 95, tweede lid, WA; art. 28 Wet OB 1968; art. 2, art. 27 en art. 28bis esde richtlijn; art. 8 en art. 9 richtlijn 83/189
Essentie
Hoge Raad stelt prejudiciële vragen inzake regeling accijnszegels op tabaksproducten.
Uitspraak
De Hoge Raad stelt het HvJ EG prejudiciële vragen met betrekking tot de toelaatbaarheid van het Nederlandse systeem met betrekking tot de accijnszegels dat bij de heffing van accijns en omzetbelasting ter zake van tabaksproducten wordt gehanteerd. De Hoge Raad vraagt of X Sarl accijns verschuldigd is ter zake van accijnszegels die van haar gestolen zijn. Verder vraagt de Hoge Raad of de te late aanmelding van de speciale regeling die Nederland hanteert bij de heffing van omzetbelasting over tabaksproducten fatale gevolgen heeft voor de verschuldigdheid van omzetbelasting. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.