V-N 1995/3838, 5
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Inkomstenbelasting Ontvankelijkheidsvraag om redenen van proceseconomie niet onderzocht. Inkomsten uit raadslidmaatschap niet toe te rekenen aan onderneming
HR 18-10-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1658, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 oktober 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Jansen, C.H.M.; Putt-Lauwers, van der
- Zaaknummer
30 491
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
AA1658
- JCDI
JCDI:ADS897485:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1658, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑10‑1995
- Wetingang
Essentie
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Inkomstenbelasting Ontvankelijkheidsvraag om redenen van proceseconomie niet onderzocht. Inkomsten uit raadslidmaatschap niet toe te rekenen aan onderneming
Samenvatting
X vestigt zich in 1990 als zelfstandig reflexzonetherapeute. Tevens wordt X in 1990 als raadslid gekozen in de gemeenteraad. Doordat X in 1990 veel tijd aan haar politieke activiteiten besteedt, voldoet X niet aan het urencriterium voor de toepassing van de zelfstandigenaftrek, tenzij de aan het raadslidmaatschap bestede uren in dat verband mogen worden meegeteld. Voorts is de praktijkopbrengst in 1990 negatief. Dotatie aan de fiscale oudedagsreserve komt mitsdien niet aan de orde, tenzij de opbrengst ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.