Artikel 13 van de Wet LB 1964 regelt van oudsher de waardering van loon in natura. Het artikel is vaak gewijzigd, net als de daarop gebaseerde bepalingen in de lagere regelgeving. Een principieel verschil met de oorspronkelijke opzet is dat de besparingswaarde geen rol meer speelt. De waardering vindt steeds plaats langs een strikt zakelijke maatstaf. Vanwege de verschillende vaak ingrijpende wijzigingen is het commentaar op artikel 13 verdeeld over tijdvakken.
Hierna gaan we in op de tegenwoordig geldende regels. Door het tijdsverloop zijn de oudere bepalingen praktisch niet meer van belang.
2. Hoofdregel: waarde in het economische verkeer dan wel de factuurwaarde (aant. 2)
Op grond van artikel 13, eerste lid, wordt niet in geld genoten loon gewaardeerd op:
- de waarde in het economische verkeer, dan wel
- de factuurwaarde als een derde ter zake van dit loon aan de werkgever een bedrag in rekening brengt.
Het begrip waarde in het economische verkeer is van oudsher als hoofdregel in artikel 13 opgenomen. Daarover is een uitgebreide casuïstiek ontstaan. Deze regel lijdt tegenwoordig echter uitzondering als een derde voor dat loon een bedrag in rekening brengt. Die factuurwaarde (inclusief btw) kan zowel hoger als lager zijn dan de waarde in het economische verkeer.
3. Producten uit eigen bedrijf: waarde in het economische verkeer (aant. 3)
Producten uit eigen bedrijf of het bedrijf van een verbonden vennootschap worden met ingang van 1 januari 2020 steeds voor de waarde in het economische verkeer in aanmerking genomen. Dit is geregeld in artikel 13, tweede lid. In de jaren tot en met 2019 moest in beginsel worden uitgegaan van de consumentenprijs (aant. 3.1). Met de wijziging per 1 januari 2020 is de tekst van het tweede lid in lijn gebracht met die voor de gerichte vrijstelling bij producten uit eigen bedrijf (ten hoogste 20% van de waarde in het economische verkeer van het product uit eigen bedrijf maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar).
4. Delegatiebepaling voor lagere waarderingen (aant. 4)
Artikel 13, derde lid, geeft de bevoegdheid bij ministeriële regeling nadere regels te stellen op grond waarvan bepaalde vormen van loon in natura op een lager bedrag kunnen worden gewaardeerd. Van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt in de URLB 2011.
- Artikel 3.7 URLB 2011 regelt diverse nihilwaarderingen voor voorzieningen op de werkplek (o.g.v. artikel 13, derde lid, onderdeel a). Het gaat nu om:
a. voorzieningen waarvan het niet gebruikelijk is deze elders te gebruiken of te verbruiken;
b. ter beschikking gestelde werkkleding;
c. consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd;
d. huisvesting en inwoning als de werknemer niet op de werkplek woont en zich daaraan redelijkerwijs niet kan onttrekken.
- Artikel 3.8 URLB 2011 bevat drie normregelingen voor voorzieningen op de werkplek. Die gelden bij:
a. maaltijden;
b. huisvesting en inwoning;
c. door de werkgever verrichte kinderopvang.
- Artikel 3.11 URLB 2011 bevat een forfaitaire regeling voor de waardering van het genot van een voor de dienstbetrekking ter beschikking gestelde woning (o.g.v. artikel 13, derde lid, onderdeel b).
5. Nihilwaardering rentevoordeel voor een (elektrische) fiets of elektrische scooter (aant. 5)
Artikel 13, vierde lid, geeft een nihilwaardering voor het rentevoordeel bij personeelsleningen voor een (elektrische) fiets of elektrische scooter. Deze regeling was eerst opgenomen in artikel 3.10 URLB 2011.
Artikel 13, vijfde lid, geeft de bevoegdheid bij ministeriële regeling nadere regels te stellen over de waardering van aanspraken. Van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt in artikel 3.12 URLB 2011. Hoofdregel is dat de waarde van een aanspraak wordt gesteld op de bedragen die bij een derde worden gestort of, voor zover geen stortingen worden verricht, zouden moeten worden gestort teneinde de aanspraak te dekken. Daarnaast gelden er regels over de waardering van aanspraken op enkele bijzondere ziektekostenregelingen.
7. Vermindering waarde loon in natura met eigen bijdragen (aant. 7)
De eigen bijdrage van de werknemer komt in mindering op de waarde van het niet in geld genoten loon, echter zonder dat dit loon daardoor negatief wordt. Aldus artikel 13, zesde lid.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 13 Wet LB 1964, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 15-04-2026
15-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28
01-01-2011 tot: -
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 13 Wet LB 1964, aant. 1.1
Onbekend (V)
Loonbelasting / Loon
loon in natura
dienstwoning
product uit eigen bedrijf
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13
Beschouwing
Artikel 13 van de Wet LB 1964 regelt de waardering van niet in geld genoten loon, ofwel het loon in natura. Met uitzondering van het voordeel:
- bij een ook voor privédoeleinden ter beschikking gestelde auto (met ingang van 2006 geregeld in artikel 13bis);
- bij een ook voor privédoeleinden ter beschikking gestelde fiets (met ingang van 2020 geregeld in artikel 13ter).
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. Geschiedenis en achtergrond van artikel 13 (aant. 1)
Artikel 13 van de Wet LB 1964 regelt van oudsher de waardering van loon in natura. Het artikel is vaak gewijzigd, net als de daarop gebaseerde bepalingen in de lagere regelgeving. Een principieel verschil met de oorspronkelijke opzet is dat de besparingswaarde geen rol meer speelt. De waardering vindt steeds plaats langs een strikt zakelijke maatstaf. Vanwege de verschillende vaak ingrijpende wijzigingen is het commentaar op artikel 13 verdeeld over tijdvakken.
Hierna gaan we in op de tegenwoordig geldende regels. Door het tijdsverloop zijn de oudere bepalingen praktisch niet meer van belang.
2. Hoofdregel: waarde in het economische verkeer dan wel de factuurwaarde (aant. 2)
Op grond van artikel 13, eerste lid, wordt niet in geld genoten loon gewaardeerd op:
- de waarde in het economische verkeer, dan wel
- de factuurwaarde als een derde ter zake van dit loon aan de werkgever een bedrag in rekening brengt.
Het begrip waarde in het economische verkeer is van oudsher als hoofdregel in artikel 13 opgenomen. Daarover is een uitgebreide casuïstiek ontstaan. Deze regel lijdt tegenwoordig echter uitzondering als een derde voor dat loon een bedrag in rekening brengt. Die factuurwaarde (inclusief btw) kan zowel hoger als lager zijn dan de waarde in het economische verkeer.
3. Producten uit eigen bedrijf: waarde in het economische verkeer (aant. 3)
Producten uit eigen bedrijf of het bedrijf van een verbonden vennootschap worden met ingang van 1 januari 2020 steeds voor de waarde in het economische verkeer in aanmerking genomen. Dit is geregeld in artikel 13, tweede lid. In de jaren tot en met 2019 moest in beginsel worden uitgegaan van de consumentenprijs (aant. 3.1). Met de wijziging per 1 januari 2020 is de tekst van het tweede lid in lijn gebracht met die voor de gerichte vrijstelling bij producten uit eigen bedrijf (ten hoogste 20% van de waarde in het economische verkeer van het product uit eigen bedrijf maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar).
4. Delegatiebepaling voor lagere waarderingen (aant. 4)
Artikel 13, derde lid, geeft de bevoegdheid bij ministeriële regeling nadere regels te stellen op grond waarvan bepaalde vormen van loon in natura op een lager bedrag kunnen worden gewaardeerd. Van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt in de URLB 2011.
- Artikel 3.7 URLB 2011 regelt diverse nihilwaarderingen voor voorzieningen op de werkplek (o.g.v. artikel 13, derde lid, onderdeel a). Het gaat nu om:
a. voorzieningen waarvan het niet gebruikelijk is deze elders te gebruiken of te verbruiken;
b. ter beschikking gestelde werkkleding;
c. consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd;
d. huisvesting en inwoning als de werknemer niet op de werkplek woont en zich daaraan redelijkerwijs niet kan onttrekken.
- Artikel 3.8 URLB 2011 bevat drie normregelingen voor voorzieningen op de werkplek. Die gelden bij:
a. maaltijden;
b. huisvesting en inwoning;
c. door de werkgever verrichte kinderopvang.
- Artikel 3.11 URLB 2011 bevat een forfaitaire regeling voor de waardering van het genot van een voor de dienstbetrekking ter beschikking gestelde woning (o.g.v. artikel 13, derde lid, onderdeel b).
5. Nihilwaardering rentevoordeel voor een (elektrische) fiets of elektrische scooter (aant. 5)
Artikel 13, vierde lid, geeft een nihilwaardering voor het rentevoordeel bij personeelsleningen voor een (elektrische) fiets of elektrische scooter. Deze regeling was eerst opgenomen in artikel 3.10 URLB 2011.
6. Delegatiebepaling waardering aanspraken (aant. 6)
Artikel 13, vijfde lid, geeft de bevoegdheid bij ministeriële regeling nadere regels te stellen over de waardering van aanspraken. Van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt in artikel 3.12 URLB 2011. Hoofdregel is dat de waarde van een aanspraak wordt gesteld op de bedragen die bij een derde worden gestort of, voor zover geen stortingen worden verricht, zouden moeten worden gestort teneinde de aanspraak te dekken. Daarnaast gelden er regels over de waardering van aanspraken op enkele bijzondere ziektekostenregelingen.
7. Vermindering waarde loon in natura met eigen bijdragen (aant. 7)
De eigen bijdrage van de werknemer komt in mindering op de waarde van het niet in geld genoten loon, echter zonder dat dit loon daardoor negatief wordt. Aldus artikel 13, zesde lid.