Inhoudsopgave
Bb 2005, 37:De bewijslast van de goede trouw in de schuldsaneringsregeling
Bb 2005, 37
De bewijslast van de goede trouw in de schuldsaneringsregeling
Documentgegevens:
Mr. G.H. Lankhorst , datum 09-06-2005
- Datum
09-06-2005
- Auteur
Mr. G.H. Lankhorst *
- JCDI
JCDI:ADS850508:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Ondernemingsrecht (V)
Insolventierecht (V)
- Wetingang
art. 288 Fw, Fw
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1 De feiten en de Rechtbank
Bij vonnis van de Rechtbank te Arnhem van 20 oktober 2003 is ten aanzien van B de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Nadat de bewindvoerder verslag heeft uitgebracht, is het verzoek bij vonnis van 22 december 2003 door de Rechtbank definitief afgewezen. De Rechtbank heeft dit gedaan op de grond dat aannemelijk is dat B ten aanzien van het ontstaan van een aantal van zijn schulden niet te goeder trouw is geweest. B was namelijk sedert 1988 enig bestuurder en enig aandeelhouder van een BV, welke in 1995 door de Rechtbank Haarlem failliet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.