Bestuursorganen moeten tijdig op bezwaarschriften beslissen. Termijnoverschrijding leidt overigens niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar. Wel kan de beslistermijn worden opgeschort, verdaagd en verder uitgesteld. Het bestuursorgaan moet dit schriftelijk meedelen aan alle betrokken belanghebbenden.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 7:10.
2. Wat is de aard en reikwijdte van beslistermijnen (aant. 2)?
De lengte van de beslistermijn hangt af van het al dan niet inschakelen van een adviescommissie. Als dat niet het geval is moet binnen zes weken worden beslist. Is dat wel zo dan binnen twaalf weken. In beide gevallen is verlenging mogelijk. De eerste dag van de beslistermijn is de dag na de laatste dag waarop de bezwaartermijn verstreek. Als de termijn wordt overschreden, kan beroep tegen het uitblijven van die beslissing worden ingesteld bij de voor de uitspraak bevoegde rechter (artikel 6:2 onderdeel b). Dan moet het bestuursorgaan wel eerst in gebreke worden gesteld en twee weken worden afgewacht (artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onderdeel b). Het bestuursorgaan blijft ook dan verplicht uitspraak te doen.
3. Wanneer vindt opschorting van de termijn plaats (aant. 3)?
Als door een verzuim van de indiener van het bezwaarschrift behandeling van het bezwaar nog niet kan beginnen, wordt de termijn opgeschort vanaf het moment waarop de gelegenheid tot verzuimherstel is geboden. De termijn begint weer te lopen op de dag van verzuimherstel of het verstreken zijn van de geboden termijn.
4. Wanneer vindt verdaging van de termijn plaats (aant. 4)?
De uitspraak op het bezwaarschrift kan voor maximaal zes weken worden verdaagd. Die beslissing hoeft niet te worden gemotiveerd, maar het is wel een besluit (artikel 1:3). Tegen dit besluit kan geen rechtsmiddel worden ingesteld (artikel 6:3). Is belanghebbende het niet eens met het verdagingsbesluit vanwege spoedeisendheid, dan kan hij een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter. In andere gevallen kan de belanghebbende beroep instellen wegens het niet tijdig beslissen bezwaar. Deze twee mogelijkheden bestaan trouwens ook bij opschorting van de uitspraak. De rechter moet dan beoordelen of het bestuursorgaan redelijkerwijs van zijn bevoegdheden gebruik heeft gemaakt.
5. Wanneer vindt verder uitstel plaats (aant. 5)?
Verder uitstel is mogelijk voor zover:
1.
alle belanghebbenden daarmee instemmen;
2.
de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en de andere belanghebbenden daardoor niet geschaad kunnen worden;
3.
dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften. Voorbeeld: een omgevingsvergunning die het bestuursorgaan bij besluit op bezwaar alsnog wil verlenen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, artikel 7:10 Awb, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 04-04-2026
04-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/45 en V-N 2026/12.24.
01-01-1994 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, artikel 7:10 Awb, aant. 1.1
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
beslistermijn
bezwaar (rechtsmiddel)
Algemene wet bestuursrecht artikel 7:10
Beschouwing
Inleiding
Bestuursorganen moeten tijdig op bezwaarschriften beslissen. Termijnoverschrijding leidt overigens niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar. Wel kan de beslistermijn worden opgeschort, verdaagd en verder uitgesteld. Het bestuursorgaan moet dit schriftelijk meedelen aan alle betrokken belanghebbenden.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 7:10.
2. Wat is de aard en reikwijdte van beslistermijnen (aant. 2)?
De lengte van de beslistermijn hangt af van het al dan niet inschakelen van een adviescommissie. Als dat niet het geval is moet binnen zes weken worden beslist. Is dat wel zo dan binnen twaalf weken. In beide gevallen is verlenging mogelijk. De eerste dag van de beslistermijn is de dag na de laatste dag waarop de bezwaartermijn verstreek. Als de termijn wordt overschreden, kan beroep tegen het uitblijven van die beslissing worden ingesteld bij de voor de uitspraak bevoegde rechter (artikel 6:2 onderdeel b). Dan moet het bestuursorgaan wel eerst in gebreke worden gesteld en twee weken worden afgewacht (artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onderdeel b). Het bestuursorgaan blijft ook dan verplicht uitspraak te doen.
3. Wanneer vindt opschorting van de termijn plaats (aant. 3)?
Als door een verzuim van de indiener van het bezwaarschrift behandeling van het bezwaar nog niet kan beginnen, wordt de termijn opgeschort vanaf het moment waarop de gelegenheid tot verzuimherstel is geboden. De termijn begint weer te lopen op de dag van verzuimherstel of het verstreken zijn van de geboden termijn.
4. Wanneer vindt verdaging van de termijn plaats (aant. 4)?
De uitspraak op het bezwaarschrift kan voor maximaal zes weken worden verdaagd. Die beslissing hoeft niet te worden gemotiveerd, maar het is wel een besluit (artikel 1:3). Tegen dit besluit kan geen rechtsmiddel worden ingesteld (artikel 6:3). Is belanghebbende het niet eens met het verdagingsbesluit vanwege spoedeisendheid, dan kan hij een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter. In andere gevallen kan de belanghebbende beroep instellen wegens het niet tijdig beslissen bezwaar. Deze twee mogelijkheden bestaan trouwens ook bij opschorting van de uitspraak. De rechter moet dan beoordelen of het bestuursorgaan redelijkerwijs van zijn bevoegdheden gebruik heeft gemaakt.
5. Wanneer vindt verder uitstel plaats (aant. 5)?
Verder uitstel is mogelijk voor zover:
alle belanghebbenden daarmee instemmen;
de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en de andere belanghebbenden daardoor niet geschaad kunnen worden;
dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften. Voorbeeld: een omgevingsvergunning die het bestuursorgaan bij besluit op bezwaar alsnog wil verlenen.