FED 2000/242
HR, 19-04-2000, nr. 35 268
HR 19-04-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5547
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 2000
- Zaaknummer
35 268
- LJN
AA5547
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2000:AA5547, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑2000
- Wetingang
Uitspraak
Middellijke uitdeling van winst. Informele kapitaalstorting.
In geschil is of in 1988 een middellijke uitdeling van winst door B BV aan belanghebbende, X, door tussenkomst van C BV (X' persoonlijke houdstermaatschappij) heeft plaatsgevonden.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad: Bij de middellijke uitdeling van winst die hier door het hof is aangenomen, moet X worden geacht van B BV een dividend te hebben ontvangen en tot hetzelfde bedrag een informele kapitaalstorting te hebben gedaan in C BV. Dit geldt ongeacht of X door de middellijke uitdeling van winst is verrijkt. Zulks leidt niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.