V-N 1997/566, 11
INKOMSTENBELASTING Betaling echtgenote voor werkzaamheden voortvloeiend uit consignatiediensten werknemer. Wederzijdse hulp van echtgenoten
HR 08-01-1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3209, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 januari 1997
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Fleers; Pos; Beukenhorst
- Zaaknummer
31509
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
AA3209
- JCDI
JCDI:ADS898391:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AA3209, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑01‑1997
- Wetingang
art. 35 Wet IB 1964
Essentie
INKOMSTENBELASTING Betaling echtgenote voor werkzaamheden voortvloeiend uit consignatiediensten werknemer. Wederzijdse hulp van echtgenoten
Samenvatting
X dient zich in het kader van zijn dienstbetrekking ongeveer 26 weken per jaar in opdracht van zijn werkgever in roostervrije perioden beschikbaar te houden voor werkzaamheden, die om operationele redenen direct moeten worden verricht (consignatiediensten). X is op 5 december 1991 met zijn echtgenote overeengekomen dat zij in die perioden voortdurend beschikbaar blijft voor het ontvangen van meldingen en oproepen. X betaalde haar daarvoor in 1992 f 41 979.
Hof Leeuwarden heeft geoordeeld dat de rol van X' echtgenote zich beperkte tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.