FED 1996/189
Gronden welke door een landbouwer niet ter uitoefening van de landbouw worden aangewend - in casu als aardgasproduktielocatie verhuurd - kunnen voor de heffing van de vermogensbelasting niet worden gewaardeerd op de waarde in verpachte staat. Waardering dient alsdan plaats te vinden naar de waarde in het economische verkeer.
HR 10-01-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1800, m.nt. M.G.J.M. van Kempen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 januari 1996
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Fleers
- Zaaknummer
30 300
- Noot
M.G.J.M. van Kempen
- LJN
AA1800
- JCDI
JCDI:ADS238689:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1800, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑01‑1996
- Wetingang
Art. 9, lid 1, Wet VB 1964
Essentie
Gronden welke door een landbouwer niet ter uitoefening van de landbouw worden aangewend - in casu als aardgasproduktielocatie verhuurd - kunnen voor de heffing van de vermogensbelasting niet worden gewaardeerd op de waarde in verpachte staat. Waardering dient alsdan plaats te vinden naar de waarde in het economische verkeer.
Uitspraak
Het geschil betreft de aanslag vermogensbelasting 1991.
Vaststaat:
Tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende (landbouwer) per 1 januari 1991 behoorde onder meer 1 87 30 hectare grond, welke ten behoeve van een zogenaamde produktielocatie werd verhuurd aan A BV te R tegen een huurprijs van f 9070,50 per hectare. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.