FED 1995/497
Volgens objectief marktoordeel waren in 1988 minstens zes jaren nodig om de kostprijs van het melkquotum terug te verdienen. Een kortere afschrijvingsduur dan de verwachte 'terugverdienperiode' is in strijd met goed koopmansgebruik.
HR 12-04-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1581, m.nt. G.H.J. Tuinte
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 april 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Moor, de; Jansen, C.H.M.
- Zaaknummer
30 139
- Noot
G.H.J. Tuinte
- LJN
AA1581
- JCDI
JCDI:ADS224804:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1581, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑04‑1995
- Wetingang
Art. 10 Wet IB 1964
Essentie
Volgens objectief marktoordeel waren in 1988 minstens zes jaren nodig om de kostprijs van het melkquotum terug te verdienen. Een kortere afschrijvingsduur dan de verwachte 'terugverdienperiode' is in strijd met goed koopmansgebruik.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag premieheffing volksverzekeringen 1988
Vaststaat:
Belanghebbende exploiteerde in 1988 in maatschapsverband met zijn zonen B en A een rundvee- en varkenshouderij.
Op 8 februari 1988 werd door de maatschap aangekocht een heffingvrije hoeveelheid melk als bedoeld in de Beschikking Superheffing 1988, groot 117 223 kg., hierna te noemen het melkquotum, voor een prijs van f 370 000. Overeenkomstig het gestelde in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.