Inhoudsopgave
WFR 1989/1378:Strafrechtelijk optreden naast boete-oplegging, het gezichtspunt van de strafrechtsjurist
WFR 1989/1378
Strafrechtelijk optreden naast boete-oplegging, het gezichtspunt van de strafrechtsjurist
Documentgegevens:
Prof. mr. G.J.M. Corstens, datum 01-01-1989
- Datum
01-01-1989
- Auteur
Prof. mr. G.J.M. Corstens
- JCDI
JCDI:ADS660123:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1 Inleiding
Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden vervult ook op nationaal niveau een integrerende functie. Dat is mede te danken aan de uitlegging van de verdragsbepalingen door het EHRM. Het hof laat zich niet te veel gelegen liggen aan onderscheidingen die in nationale rechtsstelsels worden gemaakt. Het interpreteert de verdragsbepalingen autonoom. Daarmee poogt het EHRM te garanderen dat de rechten en vrijheden van de burger optimaal worden gerespecteerd. (Zie bijvoorbeeld EHRM 21 februari 1984, zaak Ozturk, Publ. ECHR Series A, Vol. 73, NJ 1988, 937, met noot van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.