V-N 1984/2129, 2
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Omzetbelasting Door belanghebbende in aangifte ingenomen standpunt is onjuist doch pleitbaar. Naheffingsverhoging. Is sprake van opzet of grove schuld?
HR 11-07-1984, ECLI:NL:HR:1984:BH6683, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 1984
- Magistraten
Soest, van
- Zaaknummer
21.915
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
BH6683
- JCDI
JCDI:ADS890832:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingen van lagere overheden / Provinciale belastingen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Loonbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1984:BH6683, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑1984
- Wetingang
Essentie
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Omzetbelasting Door belanghebbende in aangifte ingenomen standpunt is onjuist doch pleitbaar. Naheffingsverhoging. Is sprake van opzet of grove schuld?
Samenvatting
Een gemeente voert tegen vergoeding de administratie voor enkele in de gemeente werkzame instellingen. Zij meent dat zij ter zake van die diensten geen omzetbelasting verschuldigd is en begrijpt daarom deswege niets in haar aangiften omzetbelasting. De inspecteur legt over de jaren 1973-1977 een naheffingsaanslag OB op met een verhoging van 10%, welke de gemeente bestrijdt.
Het Hof acht de aanslag juist, maar schrapt de verhoging.
In cassatie is nog slechts de verhoging ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.