FED 1994/428
Procedure over een administratieve boete wegens een verkeersovertreding. De gemachtigde van de betrokkene beheerst de Nederlandse taal niet voldoende. Art. 6 EVRM brengt dan met zich mee dat mededelingen die betrekking hebben op wettelijke vereisten waaraan voldaan moet zijn wil het beroep op de rechter ontvankelijk zijn, gedaan moeten worden in een taal welke die gemachtigde redelijkerwijze geacht kan worden te beheersen.
HR 09-11-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9490, m.nt. M.W.C. Feteris
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
9 november 1993
- Magistraten
Haak; Mout; Bleichrodt; Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, van; Koster; Meijers
- Zaaknummer
78-93-V
- Noot
M.W.C. Feteris
- LJN
ZC9490
- JCDI
JCDI:ADS213599:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC9490, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 09‑11‑1993
- Wetingang
Art. 6, eerste lid, EVRM; art. 6 Wet ARB; art. 6:6 AWB
Essentie
Procedure over een administratieve boete wegens een verkeersovertreding. De gemachtigde van de betrokkene beheerst de Nederlandse taal niet voldoende. Art. 6 EVRM brengt dan met zich mee dat mededelingen die betrekking hebben op wettelijke vereisten waaraan voldaan moet zijn wil het beroep op de rechter ontvankelijk zijn, gedaan moeten worden in een taal welke die gemachtigde redelijkerwijze geacht kan worden te beheersen.
Uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de Kantonrechter te Zierikzee van 28 januari 1993 betreffende:
X, wonende te E (Duitsland).
Het betreft hier een administratieve boete op grond van de Wet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.