FED 1994/110
De Nederlandse kleine ondernemersregeling, neergelegd in art. 25 Wet OB 1968, is na de wetswijziging in 1987 nog steeds gebaseerd op art. 24, tweede lid, letter a, van de Zesde Richtlijn, en is niet strijdig met de Zesde Richtlijn.
HR 22-12-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5548, m.nt. W.A.P. Nieuwenhuizen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 december 1993
- Magistraten
Linde, van der; Bellaart; Moor, de; Jansen, C.H.M.; Putt-Lauwers, van der
- Zaaknummer
28.737
- Noot
W.A.P. Nieuwenhuizen
- LJN
ZC5548
- JCDI
JCDI:ADS213357:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Loonbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC5548, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑12‑1993
- Wetingang
Art. 25 Wet OB 1968; art. 24 Zesde EG-richtlijn inzake omzetbelasting
Essentie
De Nederlandse kleine ondernemersregeling, neergelegd in art. 25 Wet OB 1968, is na de wetswijziging in 1987 nog steeds gebaseerd op art. 24, tweede lid, letter a, van de Zesde Richtlijn, en is niet strijdig met de Zesde Richtlijn.
Uitspraak
Het geschil betrof een naheffingsaanslag van f 816 over het jaar 1989.
Belanghebbende, een BV, verkocht geschenkpakketten aan ziekenhuizen en bedrijven en exploiteerde een croissanterie annex noten- en zuidvruchtenwinkel. In 1989 heeft belanghebbende, in de aangifte over het vierde kwartaal, de vermindering van de kleine ondernemersregeling (art. 25 Wet OB 1968) toegepast. De inspecteur heeft hierop een naheffingsaanslag ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.