BNB 1995/334
HR, 03-05-1995, nr. 29 249
HR 03-05-1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA1591, m.nt. E. Aardema
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 mei 1995
- Magistraten
Stoffer; Wildeboer; Urlings; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
29 249
- Noot
E. Aardema
- LJN
AA1591
- JCDI
JCDI:ADS887436:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1591, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑05‑1995
ECLI:NL:PHR:1995:AA1591, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑05‑1995
- Wetingang
Art. 4, vierde lid letter c, Wet VB 1964
Samenvatting
Latente inkomstenbelastingschuld van de blote eigenaar mag niet in aanmerking worden genomen
Op een aantal tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen waarvan belanghebbende houdster was, was ten behoeve van een stichting een recht van vruchtgebruik gevestigd.
Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende als blooteigenaar de in art. 4, vierde lid, aanhef en letter c, Wet VB 1964 bedoelde latente inkomstenbelasting, te dezen f 1 085 733 belopende, niet als schuld op de voet van deze bepaling in aanmerking mag nemen.
HR: onverkorte letterlijke toepassing van deze bepaling brengt mede dat als gevolg van de opneming van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.