Met ingang van 1 januari 2010 heeft artikel 15 betrekking op renteloze of laagrentende direct opeisbare leningen. Op grond van artikel 15 wordt een fictieve schenking aangenomen voor het rentevoordeel van een direct opeisbare geldlening. Bij een direct opeisbare lening kan de geldverstrekker op ieder door hem gewenst tijdstip het geleende bedrag opeisen. De waarde van de vordering is daarom gelijk aan de nominale waarde. Eerder heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de verstrekking van zo'n lening geen schenking van de rente inhoudt. Vanaf 2010 is in artikel 15 bepaald dat de schuldeiser van de direct opeisbare geldlening wordt geacht een vruchtgebruik van dag tot dag te hebben geschonken. Aant. 1.2 bevat een historisch overzicht van de totstandkoming van deze bepaling. In aant. 1.4 wordt nader ingegaan op doel en strekking van de regeling.
2. Geldlening
De werking van artikel 15 is beperkt tot de verstrekking van een geldlening. Deze beperking leidt tot de vraag of dit artikel ook kan worden toegepast op de situatie dat iemand zijn pand ter beschikking stelt aan een derde om niet, zonder dat deze derde een recht tot bewoning heeft (gedogen). Tevens rijst de vraag of een niet uitgevoerd verrekenbeding leidt tot een geldlening als hier bedoeld. Op deze problematiek wordt ingegaan in aant. 2.
3. Direct opeisbare lening
In aant. 3 wordt ingegaan op de vraag wanneer een lening direct opeisbaar is. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een redelijke opeistermijn niet afdoet aan de directe opeisbaarheid.
4. Renteloos of te lage rente
Artikel 15 is niet alleen van toepassing indien lening renteloos is, maar ook als de lening een 'te lage' rente draagt. In aant. 4 wordt ingegaan op de gevallen waarin daarvan sprake is.
5. Omvang van de schenking
De schenking bestaat uit het genotsrecht van de geldlening dat van dag tot dag wordt berekend. Het genotsrecht wordt gesteld op 6%. Zie hierover aant. 5.
6. Uitzonderingen
Artikel 15 is alleen van toepassing indien de geldlening is aangegaan door natuurlijke personen. Dit is bepaald in lid 2. In aant. 6 wordt hierop nader ingegaan.
7. Samenloop met andere fictiebepalingen
Het laat zich denken dat samenloop optreedt van artikel 15 en artikel 12. Op deze samenloop wordt ingegaan in aant. 7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Successiewet, art. 15 SW 1956, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 15-04-2026
15-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28.
01-01-2010 tot: -
Vakstudie Successiewet, art. 15 SW 1956, aant. 1.1
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Successiewet 1956 artikel 15
Beschouwing
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 15
Met ingang van 1 januari 2010 heeft artikel 15 betrekking op renteloze of laagrentende direct opeisbare leningen. Op grond van artikel 15 wordt een fictieve schenking aangenomen voor het rentevoordeel van een direct opeisbare geldlening. Bij een direct opeisbare lening kan de geldverstrekker op ieder door hem gewenst tijdstip het geleende bedrag opeisen. De waarde van de vordering is daarom gelijk aan de nominale waarde. Eerder heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de verstrekking van zo'n lening geen schenking van de rente inhoudt. Vanaf 2010 is in artikel 15 bepaald dat de schuldeiser van de direct opeisbare geldlening wordt geacht een vruchtgebruik van dag tot dag te hebben geschonken. Aant. 1.2 bevat een historisch overzicht van de totstandkoming van deze bepaling. In aant. 1.4 wordt nader ingegaan op doel en strekking van de regeling.
2. Geldlening
De werking van artikel 15 is beperkt tot de verstrekking van een geldlening. Deze beperking leidt tot de vraag of dit artikel ook kan worden toegepast op de situatie dat iemand zijn pand ter beschikking stelt aan een derde om niet, zonder dat deze derde een recht tot bewoning heeft (gedogen). Tevens rijst de vraag of een niet uitgevoerd verrekenbeding leidt tot een geldlening als hier bedoeld. Op deze problematiek wordt ingegaan in aant. 2.
3. Direct opeisbare lening
In aant. 3 wordt ingegaan op de vraag wanneer een lening direct opeisbaar is. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een redelijke opeistermijn niet afdoet aan de directe opeisbaarheid.
4. Renteloos of te lage rente
Artikel 15 is niet alleen van toepassing indien lening renteloos is, maar ook als de lening een 'te lage' rente draagt. In aant. 4 wordt ingegaan op de gevallen waarin daarvan sprake is.
5. Omvang van de schenking
De schenking bestaat uit het genotsrecht van de geldlening dat van dag tot dag wordt berekend. Het genotsrecht wordt gesteld op 6%. Zie hierover aant. 5.
6. Uitzonderingen
Artikel 15 is alleen van toepassing indien de geldlening is aangegaan door natuurlijke personen. Dit is bepaald in lid 2. In aant. 6 wordt hierop nader ingegaan.
7. Samenloop met andere fictiebepalingen
Het laat zich denken dat samenloop optreedt van artikel 15 en artikel 12. Op deze samenloop wordt ingegaan in aant. 7.