FED 1996/515
HR, 19-06-1996, nr. 30 795
HR 19-06-1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA1932
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 juni 1996
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Soest, van
- Zaaknummer
30 795
- LJN
AA1932
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1932, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑06‑1996
ECLI:NL:PHR:1996:AA1932, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑06‑1996
- Wetingang
Art. 6 Wet IB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X, ging in 1986 met zijn echtgenote een CV aan, waarin zij beherend en X commanditair vennoot is. De overeenkomst bepaalt dat X de geleden verliezen draagt, dat de stille reserves geheel aan de commanditaire vennoot worden toegerekend en de goodwill geheel aan de beherende vennoot wordt toebedeeld.
In geschil is of X het in 1988 opgetreden verlies in mindering mag brengen bij de bepaling van zijn belastbare inkomen.
Hof 's-Gravenhage stelt X in het ongelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad:
Het hof heeft overwogen: dat X slechts dan als ondernemer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.